Joycehidding.jouwweb.nl
Home » Bewijs Communicatie met opvoeders

Bewijs Communicatie met opvoeders

Het onderstaande stuk is een samenvattend stuk over de zeven uitgangspunten voor ouderbetrokkenheid van Handelingsgericht werken. Het stuk is gebaseerd op het boek Handelingsgericht werken: een handreiking voor het schoolteam door Noelle Pameijer, Tanja van Beukering en Sonja de Lange.

 

Een goede communicatie tussen school en ouders doet het sociaal-emotioneel functioneren, de werkhouding en de schoolprestaties van leerlingen toenemen (Marzano, 2007). Ouderbetrokkenheid blijkt sterker in scholen ie een duidelijke visie hebben op samenwerking met ouders, die hier hoge verwachtingen van hebben en er doelgericht aan werken (Smit, 2009). Kenmerken van de thuissituatie die het schoolsucces van kinderen beïnvloeden zijn (Marzano, 2007): inkomen, opleiding en beroep en de sfeer in de thuissituatie. Vooral de sfeer blijkt van grote invloed op schoolsucces. Deze is goed door school te beïnvloeden op de volgende aspecten:

  • Betrokkenheid van ouders bij het onderwijs; zoals interesse voor schoolwerk tonen, helpen met huiswerk, stimuleren, culturele uitstapjes, (voor)lezen.
  • Supervisie door ouders en daarbij begeleiden; zoals op voeding, op tijd naar bed.
  • Verwachtingen van ouders.
  • Opvoedstijl

 

Ouderparticipatie betreft actieve deelname van ouders aan activiteiten op school (zoals een leesouder, meegaan met schoolreisje, ouderraad). Ouderbetrokkenheid betreft de betrokkenheid van ouders bij de opvoeding en het onderwijs van hun eigen kind, thuis (zoals voorlezen) en op school (zoals een gesprek met de leerkracht).

 

Bij HGW zijn er zeven richtlijnen voor ouderbetrokkenheid:

  1. 1.    Laat ouders weten dat ze welkom zijn en benadruk het gemeenschappelijke belang: het kind.

  2. 2.    Wees duidelijk over de rol van de school en van de ouders en ieders verantwoordelijkheden;
    De leerkracht, IB, RT etc. zijn de onderwijsprofessionals: zij kennen het kind als leerling het beste, zij zien het tijdens de instructie en het zelfstandig werken, bij rekenen, taal, lezen etc. Zij zijn verantwoordelijk voor het geven van onderwijs.
    De ouders zijn de ervaringsdeskundigen, zij kennen hun kind en langst en het best.

    Wat als ouders zich te veel of te weinig met school bemoeien?
    Wanneer ouders zich te veel met school bemoeien moet de school duidelijk grenzen stellen. De school en de leerkracht zijn verantwoordelijk voor het onderwijs. Bespreek duidelijk met ouders welke van hun wensen reëel zijn en welke wensen niet haalbaar zijn voor een leerkracht met zoveel kinderen.
    Wanneer ouders te weinig zich bemoeien met de school zal de school duidelijk de verwachtingen aan moeten geven. Ouders worden verwacht op besprekingen te komen en mee te denken en mee te werken.

    In hoeverre mag de school zich bemoeien met wat er thuis gebeurt?
    Uit onderzoek blijkt dat scholen zelden explictiet verwoorden wat ze van ouders verwachten qua onderwijsondersteuning (Booijink, 2007). Terwijl dit juist zo belangrijk is, denk aan de volgende zaken:
    à voorwaarden scheppen: op tijd naar bed, ontbijt, verzuim
    à aanmoedigend gedrag: belangstelling tonen voor schoolwerk
    à ontwikkelingsondersteunend: verantwoorde spelletjes, bezoek aan bieb, sport
    à direct onderwijsondersteunend personeel: helpen bij huiswerken, oefenen,

 

  1. Benut de onderwijs- en begeleidingsstructuur als kader in de communicatie.
    Bij HWG wordt de onderwijs- en begeleidingsstructuur met vier stappen gehanteerd:
    1. HGW-cylclus
    2. Leerlingbespreking of zorgteam bij specifieke vragen over individuele leerling.
    3. ZAT: handelingsgerichte diagnostiek, consultatie en/of begeleiding.
    4. Verwijzing voor een schoolwisseling of externe hulp.

    à Reguliere gesprekken tussen school en ouders: deze hebben een preventieve werking: je werkt op een positieve manier met ouders samen en conflicten zijn ermee  te vermijden.
    à Aanmeldingsgesprek: er is sprake van tweerichtingsverkeer. De leidinggevende geeft informatie over de visie van de school en over hoe ze wil samenwerken met ouders. Daarbij wordt duidelijk wat de school van ouders verwacht en wat ouders van de school kunnen verwachten. Ouders geven informatie over hun kind en de thuissituatie. Ouders kunnen vragen stellen tijdens het gesprek. Door deze vragen duidelijk en eerlijk te beantwoorden ontstaat er wederzijds vertrouwen, dit is een solide basis voor samenwerking.
    à Kennismakingsgesprek: Na plaatsing op de school verloopt het contact vooral met de leerkracht. Hoe kan zo’n kennismakingsgesprek verlopen?

    1. Voorbereiding: het doel, duur en opbouw van het gesprek zijn aangegeven. Het gesprek bevat drie onderdelen, informatie van ouders, van de school en afspraken. Bij de uitnodigingsbrief kunnen ouders alvast het wat zaken invullen over deze 3 blokken. Waarover willen de ouders de leerkracht iets vertellen? Welke informatie willen de ouders van de leerkracht? Waarover willen zij graag met de leerkracht een afspraak maken? De leerkracht doet hetzelfde: Wat wil ik de oduers vragen over het kind of de thuissituatie? Welke informatie wil ik geven over de ontwikkeling en leervorderingen, de speel/werkhouding en het sociaal-emotioneel functioneren? Waarover wil ik met de ouders graag een afspraak maken?

    2. Start van het gesprek: Spreek uit dat je waardeert dat ouders zijn gekomen voor dit gesprek. Verwijs naar de uitnodigingsbrief en herhaal het doel, duur en opbouw. Benoem de rollen van de school en ouders.

    Deel 1: informatie van de ouders
    Om de positie van ouders als ervaringsdeskundigen te concretiseren, start het gesprek met informatie van de ouders over hun kind. Bijvoorbeeld: wat er leuk en sterk is aan hun kind, belangstelling, hoe beleeft het school, wat ze moeilijk vinden/zorgen over maken in de opvoeding, welke tips ze hebben voor school.

    Deel 2: informatie van de school
    Vertel kort waar je de komende tijd met de groep aan gaat werken qua leren, werkhouding, sfeer in de groep, projecten en dergelijke. Wat als het ware je groepsplan kort samen. Bespreek daarna je eerste indruk van het kind en vertaal dit naar de doelen op gebied van ontwikkeling en leervordering, speel/werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Geef ouders de gelegenheid om vragen te stellen.

    Deel 3: Afspraken
    Maak samen met de ouders afspraken: waaraan gaat gewerkt worden? Waar werken we naar toe? Wie zijn erbij betrokken? Hoe informeren we elkaar? Waar komen we in ieder geval op terug tijdens het volgende gesprek of de komende rapport bespreking? Schrijf de informatie beknopt op en vul die aan met afspraken. Gebruik het formulier Oudergesprek.

    à Reguliere uitwisselingsgesprekken: Doel van een uitwisselingsgesprek is elkaar te informeren over de ontwikkeling van het kind in het licht van de gestelde doelen.

    1. Start van het gesprek: stel de ouders (en het kind) op hun gemak. Spreek uit dat jet het fijn vindt dat ze er zijn, zodat jullie met elkaar de ontwikkeling van het kind kunnen bespreken en, indien nodig, afspraken kunnen maken. Geef aan dat je het op prijs stelt als de ouders (en het kind) zelf meedenken. Geef aan hoelang het gesprek zal duren en schets de opzet. Check of dit klopt met wat de ouders (en het kind) verwachten.

    2. Verloop van het gesprek: leid het gesprek en bewaak de tijd. Geef informatie over het beeld van de leerling, wat je als positief en moeilijk ervaart in het onderwijs aan deze leerling en diens functioneren in de groep. Onderbouw dit met gegevens uit het rapport, leerlingvolgsysteem, groepsoverzicht, observaties en gesprekken. Leg daarbij een relatie met de afspraken die eerder gemaakt zijn. Vraag ook de ouders naar hun beeld van het kind. Waar zijn ze trots op en tevreden over? Hebben zij nog ‘werkpunten’? Zorg dat jullie elkaar vragen kunnen stellen. Geef ter afronding een samenvatting. Schets de overeenkomsten, maar ook eventuele verschillen.

    3. Afronding van het gesprek: maak afspraken (zoals eerder beschreven). Vraag aan ouders hoe zij het gesprek hebben gevonden. Wat hebben ze als positief ervaren? Hoe zou ze het een volgende anders willen en hoe? Sluit het gesprek af door de ouders e te bedanken voor hun inbreng. Schrijf de afspraken kernachtig op, kopieer ze en geef ze aan ouders mee. Deze notities vormen een kort verslag van het gesprek, gebruik het formulier oudergesprek.

à Tussentijdse gesprekken: bespreek met ouders hoe je tussentijdse communicatie wilt laten verlopen: via een tevoren gemaakte afspraak, na schooltijd op een bepaalde dag, via een heen-en-weerschriftje, telefonisch of via de mail. Het initiatief kan zowel van de leerkracht als van de ouders komen. Het is belangrijk dat je de regie behoudt en dat je de ouder serieus neemt.


   

  1. 4.    Verwoord dat het gedrag van een kind op school anders kan zijn dan thuis.
    Gedrag is situatiegebonden. Hoe is een welles-nietesdiscussie te voorkomen? Vertel bij aanvang dat gedrag op school anders kan zijn dan thuis. Geef concrete voorbeelden. Het doel is om te begrijpen hoe het kind zich thuis gedraagt en dat de ouder het gedrag op school begrijpen. Je hoeft elkaar niet te overtuigen. Tijdens het verhaal benoem je de overeenkomsten en verschillen. Vervolgens ga je samen het gedrag van het kind gunstig beïnvloeden. Bij extreme verschillen zijn bezoeken of video-opnames te overwegen.

  2. 5.    Verwoord zowel de zorgen als de positieve aspecten.
    Verwoord je zorgen eerlijk en glashelder, wacht er niet te lang mee. Benadruk daarnaast ook altijd de positieve kanten van het kind, zoals diens interesses en talenten. Per aandachtsgebied kun je dit bespreken:
  • Leerprestaties
  • Speel/werkhouding
  • Cognitief functioneren
  • Sociaal-emotioneel functioneren
  • Creatieve, muzikale en beeldende ontwikkeling
  • Lichamelijk functioneren
  • Specifieke interesses

 

De kunst is om een positieve betrokkenheid naar het kind uit te stralen en tegelijkertijd de ouders gedegen te informeren over de ontwikkeling van het kind. Geeft een realistisch, optimistisch en op de toekomst gericht beeld. Dit beidt meer perspectief dan alleen het opsommen van problemen.
Neem de problemen die jij, ouders en kind ervaren serieus. Zoek tegelijkertijd samen naar positieve aspecten en uitzonderingen: wanneer zit het kind wel stil, wanneer werkt het wel zelfstandig, wanneer heeft het geen ruzie. Hoe komt dit?Wat doen het kind, de leerkracht, de groep of juist de ouders in die situaties waardoor het wel lukt? En, hoe is dit uit te breiden naar andere situaties?

 

  1. 6.    Wees duidelijk over de bedoelingen van de school.
    Bij HGW hechten we aan transparantie: het is duidelijk voor de ouders wat de leerkracht doet en waarom.

 

Opzet voor een gesprek als er zorgen en vragen over een leerling zijn

  • De voorbereiding; aanleiding, doel, beslissingen, verantwoordelijkheid
  • Tijdens het gesprek; stimuleer een actieve participatie. Pas metacommunicatie toe. Zet hulpzinnen in waar nodig.
  • Afronding van het gesprek: check of de doelen behaald zijn. Vraag om feedback van ouders.

  1. 7.    Maak samen duidelijke afspraken en evalueer deze.

Rond ieder gesprek altijd af met perspectief voor ouders en het kind: we werken naar dit doel toe en daarom gaan we dit en dat doen.
Zorg bij een slecht nieuwsgesprek voor een goede voorbereiding.

 

 

Omgaan met verschillende ouders

Vrijwel alle ouders hebben een sterke band met hun kind. De meeste zijn enorm betrokken en hebben belangstelling voor school. Vier van de vijf ouders uiten zich positief over de kwaliteit van de school. Eén op de tien ouders is echter ronduit ontevreden over de school (Herweijer & Vogels, 2004). Met hen kan de communicatie moeizaam verlopen. Er zijn veel verschillen in ouders:

  • Betrokken, stimuleren en coöperatieve ouders; samenwerking verloopt constructief via eerder genoemde richtlijnen.
  • Boze ouders en ouders met kritiek op school; als de kritiek terecht is, erken het en bied je excuses aan. Vraag ouders te formuleren hoe ze het wel willen. Geef aan of die verwachtingen reëel zijn of niet. Maak afspraken voor een volgend gesprek. Geef aan welk gedrag je van ouders verwacht. Agressief gedrag is onacceptabel. Beroep je dan op het schoolbeleid en vraag om ondersteuning van een leidinggevende. Je kunt pas weer met de ouders is gesprek als.. (concreet gedrag van ouders dat positief geformuleerd is)
  • Ongeïnteresseerde ouders; sommige ouders kunnen geen interesse voor hun kind opbrengen, omdat ze overbelast zijn met problemen. Zij vinden het vaak moeilijk om een probleem te accepteren: het ontkennen leidt tot minder spanning. Sommige ouders durven geen belangstelling te tonen door vragen te stellen, omdat ze zich onzeker voelen of ze willen niet lastig zijn.
    Informeer hen regelmatig over het kind. Stel ouders op hun gemak en stimuleer hen om alle vragen te stellen die ze zouden willen.
  • Perfectionistische ouders: zij stellen erg hoge eisen aan het schoolwerk of gedrag van hun kind en daardoor vaak ook aan de leerkracht. Dit kan tot een negatief zelfbeeld bij het kind leiden, maar ook tot spanning of stress bij de leerkracht, met als gevolg onzekerheid en irritatie.
    Bespreek dat j het waardeert dat de ouders zo betrokken zijn bij het leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Vertel dat hoge realistische verwachtingen goed zijn, te hoge verwachtingen kan tot spanning en stress leiden, waardoor het presenteren juist slechter gaat. Dat willen we allebei niet. Bespreek samen realistische doelen, geef eventueel aan jij de hoge doelen van de ouders niet nastreeft.
  • Professionele ouders: Ouders die zelf in het onderwijs werken kunnen bedreigend overkomen. Zeker wanneer ze proberen te overheersen, som willen ze dan alleen maar indruk maken uit onzekerheid. Meestal willen ze graag meedenken en kennis delen. Die kennis is de moeite waard om naar te luisteren en misschien van te leren, dit geldt ook voor de zogenaamde ‘google ouder’.
    Neem het advies altijd serieus. Bedankt ervoor en overweeg of het wenselijk en haalbaar is. Relateer hun idee aan het schoolbeleid en het groepsplan. Geef aan wat je wel en niet kunt toepassen en waarom niet.
  • Afhankelijke ouders: stellen veel vragen, vinden het moeilijk om zelf beslissingen te nemen en proberen de leerkracht daarbij te betrekken. Ze zijn soms bang iets verkeerd te doen.
  • Te behulpzame ouders: overdreven, veel op school aanwezig. Willen leerkracht ondersteunen, ook bij taken waarvoor je zelf verantwoordelijk bent of bij zaken waarbij je geen hulp van ouders nodig hebt.
    Benut de hulp in principe, voor zover het past bij jouw manier van werken. Uit je waardering voor behulpzaamheid. Geef aan wanneer je hulp nodig hebt en wanneer niet. Geef op een duidelijke manier je grenzen aan en het belang van het kind aan.
  • Overbezorgde of overbeschermende ouders: zijn soms zelf angstig en nemen de kinderen over. Objectieve en oprechte informatie kan overbezorgdheid door afnemen. Evenals het erkennen van de zorgen en het geven van concrete voorbeelden die zowel zorgelijk als geruststellend zijn. Probeer de bezorgdheid te begrijpen en laat zien wat het kind zelfstandig kan. Complimenteer hen wanneer zij het kind iets zelfstandig laten doen. Benadruk dat dit in het belang van het kind is.
  • Verwaarlozende ouders: kunnen overbelast zijn door ernstige problemen. De kinderen gaan vaak hun eigen gang, ze kunnen niet rekenen op de zorg en aandacht die zij nodig hebben. Soms zijn er vermoedens van kindermishandeling.
    Probeer in gesprek te komen en te blijven. Bij zorgen om het welzijn van het kind dient e school externe deskundigen in te schakelen, bijvoorbeeld via het ZAT of Bureau Jeugdzorg of het AMK.

 

Als leerkracht moet je te allen tijde zorgvuldig omgaan met informatie van en over ouders en kind! Je bespreekt privacygevoelige informatie niet met een derde (zoals collega, IB of andere ouder) zonder toestemming van de betreffende ouders of het kind. Het belang van het kind gaat wel voor het belang van privacy. Bij kindermishandeling of huiselijk geweld moeten we dit melden als professional.