Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 01-11-2010 Competentiebeschrijving 5. Attituden

01-11-2010 Competentiebeschrijving 5. Attituden

Niveau 1

De student heeft een onderzoekende, initiatiefvolle en open houding naar de school als geheel en naaste collega’s en zijn mentor in het bijzonder.

De student gaat op een constructieve wijze om met medestudenten met verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen

  

Ik heb een onderzoekende, initiatief volle en open houding naar de school, collega's en stagementor

Ik ben een leergierig persoon en werk doelgericht. Tijdens de stage laat ik dit zien door veel vragen te stellen aan mijn stagementor en een open houding aan te nemen. Door zelf vragen de stellen over de keuzes van mijn stagementor of advies te vragen over hoe ik mijn les kan voorbereiden laat ik zien dat ik wil leren. Ik neem daarbij zelf initiatief door bijvoorbeeld zelf met ideeën te komen voor een les.

De stageschool had bijvoorbeeld programma/project gevolgd over zintuigen. Hierbij aansluitend zou ik een les gaan geven over ruiken. Ik heb toen meteen zelf voorgesteld om een circuit te doen met allerlei proefjes. Op deze reacties reageerde mijn stagedocent erg positief.
Tijdens de gesprekken die we hebben deel ik mijn ideeën met hem en hij vind dit erg prettig werken.

Na het stagebezoek van Jacqueline Bieger, de opleider van de AWBR, viel mijn open en initiatief nemende houding haar ook op. Het gesprek wat ik met haar had verliep mede hierdoor ook erg prettig. We hebben goed kunnen praten over wat er goed ging en wat er beter ging. Het was niet zo dat zij alles moest voorkauwen, maar zij benoemde wat zij had gezien tijdens de les en stelde hierover een vraag. Ik reageerde hierop, gaf mijn mening, luisterde naar haar mening en we spraken erover.

Na afloop heeft zij dit benoemd in het feedbackformulier en op de vraag: 'Staat de student open voor de mening van anderen?' heeft zij mij met een Goed beoordeeld.

 

Ik ga op constructieve wijze om met medestudenten

Sinds ik ben begonnen met de pabo heb ik gemerkt dat er veel verschillende meningen zijn bij de studenten onderling. Hierdoor kunnen tijdens de les discussies onstaan. Ik vind dit altijd erg interessant en laat dan ook graag mijn mening horen. Soms interpreteer ik mijn opvatting over een onderwerp door ze te wijden aan mijn ervaring met lesgeven (en de mindere ervaring daarmee van anderen).
Bij les pedagogiek bijvoorbeeld hebben we het gehad over storend gedrag van leerlingen. Het onderwerp van de les van de vernieuwingen in het onderwijs en vooral het feit dat het onderwijs steeds meer kindgericht is. Een aantal studenten verkozen de meer autoritaire manier van lesgeven en meenden dat dit beter zou werken bij bepaalde kinderen. Eén student maakte de opmerking 'vervelend gedrag hangt toch meestal samen met het karakter.' Wanneer ik een dergelijke opmerking in een discussie hoor merk ik dat ik geprikkeld ben om erop te reageren.

In dit geval wilde ik mijn mening geven over het feit dat een kind vervelend gedrag kan vertonen, maar dit niets zegt over de persoonlijkheid.
Een ander zei ook dat hij 'bij Surinaamse kinderen alleen de harde aanpak werkt, omdat ze dit thuis ook gewend zijn.' Deze student komt uit een ander milieu dan ik en heeft andere ervaringen. Hij heeft dit wellicht waargenomen tijdens zijn stage in een bepaalde situatie.
Tijdens mijn stages (ook op de ALO) heb ik op verschillende scholen stagegelopen, wit, zwart en gemengd. Mijn ervaring is dat elk gedrag, van wie dan ook, een reden heeft, die voortkomt uit iets positiefs. Een kind vraagt daarmee om een reactie van en docent.
Tijdens de ALO merkte ik ook dat klasgenoten uit Noord-Holland, uit plaatsen als Schagen en omstreken, anders over culture verschillen dachten dan ik, uit Amsterdam Zuid-Oost. Tijdens discussies heb ik daar respect voor en laat ik dit zien in discussies door niet mijn gelijk te willen halen, koste wat het kost. Ik geef mijn mening op basis van mijn ervaringen en laat anderen ook in hun            

Niveau 2

De student stelt zich open op en toont zich bereid deel te nemen aan verschillende vormen van samenwerking, al dan niet in opdracht van anderen.

De student durft deel te nemen aan een discussie met enkele collega’s over verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen.  

 

 Niveau 3

De student neemt initiatief bij verschillende vormen van samenwerking. Hij motiveert en inspireert anderen/ collega’s.

De student gaat op een constructieve wijze om met collega’s met verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen.