Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 5. Attituden

5. Attituden

Niveau 1

De student heeft een onderzoekende, initiatiefvolle en open houding naar de school als geheel en naaste collega’s en zijn mentor in het bijzonder. De student gaat op een constructieve wijze om met medestudenten met verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen.

  

Ik heb een onderzoekende, initiatief volle en open houding naar de school, collega's en stagementor
Ik ben een leergierig persoon en werk doelgericht. Tijdens de stage laat ik dit zien door veel vragen te stellen aan mijn stagementor en een open houding aan te nemen. Hoe ik dat in de stages doe toon ik met voorbeelden aan in de eerdere competentiebeschrijving van 01-11-2010. Na mijn eerste stagebezoek heeft Jacqueline Bieger, opleider van de AWBR,
Na het stagebezoek in september heeft Jacqueline Bieger, de opleider van de AWBR, dit ook benoemd in het feedbackformulier

 

Ik ga op constructieve wijze om met medestudenten
Sinds ik ben begonnen met de pabo heb ik gemerkt dat er veel verschillende meningen zijn bij de studenten onderling. Hierdoor kunnen tijdens de les discussies onstaan. Ik vind dit altijd erg interessant en laat dan ook graag mijn mening horen. Ik laat anderen altijd in hun waarde en respecteer hun visie. Ook als deze anders is dan de mijne. Voorbeelden van hoe ik dat doe en hoe ik over daar tegen aankijk beschrijf ik in de eerdere competentiebeschrijving van 01-11-2010

 

Niveau 2

De student stelt zich open op en toont zich bereid deel te nemen aan verschillende vormen van samenwerking, al dan niet in opdracht van anderen. De student durft deel te nemen aan een discussie met enkele collega’s over verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen.

 

Ik heb een open houding en ben bereid deel te nemen aan verschillende vormen van samenwerking
Mijn mening is dat je samen meer kunt bereiken dan alleen. Voor mij is het dan ook zeer belangrijk om te werken met een collega's die open staan voor de mening van anderen en kunnen goed overleggen met elkaar. Vanuit deze visie ben ik uiteraard bereid deel te nemen aan verschillende vormen van samenwering. Zo kom ik bijvoorbeeld ook op mijn vrije dag naar mijn werk voor een teamvergadering. Overleg met elkaar vind ik namelijk erg belangrijk en dit zorgt ook voor betrokkenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bij vaardigheden niveau 1 en 2 van competentie 5 heb ik met verschillende bewijsstukken laten zien in welke vormen van samenwerking ik heb deelgenomen, sommige samenwerkingsvormen moest ik aan deelnemen voor de ALO.  

 

Ik durf deel te nemen aan een discussie met collega's over verschillende culturele achtergronden en opvattingen
In een goed overleg is er ook ruimte voor discussie is mijn mening. Ik durf daaraan deel te nemen en mijn opvattingen weer te geven. Daarbij kan ik goed luisteren naar de opvattingen van anderen en laat ik hen daarbij in hun waarde. In mijn team zijn er meningsverschillen over bepaalde zaken van het onderwijs. Ik ben één van de personen die dit benoemt zoals het is, daarbij heb ik ook gemeld dat ik belangrijk vind dat we als team wel een gezamenlijke boodschap naar de leerlingen uitstralen. We zullen dus over onze meningsverschillen moeten praten, dat gaat nu ook gebeuren. Mijn opleidingsmanager was erg blij met mijn opzetje daarvoor.

  

 

Niveau 3

De student neemt initiatief bij verschillende vormen van samenwerking. Hij motiveert en inspireert anderen/ collega’s. De student gaat op een constructieve wijze om met collega’s met verschillende culturele achtergronden, opvattingen en overtuigingen.

 

Ik neem initiatief bij verschillende vormen van samenwerking en motiveer en inspireer anderen/collega's
Bij vaardigheden niveau 1 en 2 van competentie 5 heb ik met verschillende bewijsstukken laten zien in welke vormen van samenwerking ik heb deelgenomen. In de stage heb niet zo duidelijk het gevoel gehad dat ik anderen heb gemotiveerd of inspireerde. Alhoewel mijn stagementor in groep 5 wel erg enthousiast was over mijn inbreng aan sommige lessen en het materiaal dat ik bij de methodes maakte als aanvulling op de lessen. Tijdens mijn werk als gymdocent op het ROC neem ik veel initiatieven bij samenwerking en heb ik zelf een progamma ontwikkeld voor de lessen. In het sportfolio heb ik opdrachten voor de leerlingen gemaakt, welke een inspiratie zijn voor mijn collega gymdocenten. Dit heb ik beschreven op de pagina bewijs sportfolio bij vaardigheden 3. Hoe ik behalve de gymdocenten andere collega's inspireer beschrijf ik op de pagina bewijs initiatef samenwerking en motivatie anderen.

 

Ik ga op constructieve wijze om met collega's met verschillende achtergronden, opvattingen en overtuigingen
Goed omgaan met collega's vind ik erg belangrijk, omdat je samen het onderwijs maakt. In mijn werk op het ROC werk ik met docenten met verschillende achtergronden. Een aantal komen bijvoorbeeld uit het bedrijsleven en hebben geen onderwijsachtergrond. Door open te staan voor hun opvattingen en mijn opvattingen als voorstel in te brengen kan ik op constructieve wijze met hen omgaan. Hoe ik dit doe, en welke verschillende achtergronden er zijn, beschrijf ik op de pagina Bewijs constructieve wijze omgaan met collega's.