Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 3. Vaardigheden

3. Vaardigheden

Niveau 1

De student kan een verband leggen tussen lesdoelen en kerndoelen.
De student kan onder toezicht een eenvoudige (digitale) les uitvoeren en geeft hierbij interactieve en taakgerichte instructie. De student kan verschillen tussen kinderen constateren en kan verschillende differentiatie momenten en mogelijkheden in lessen herkennen. Hij kan op een valide en betrouwbare manier observeren.
De student kan de beginsituatie van de eigen groep in kaart brengen.

 

Ik kan een verband leggen tussen lesdoelen en kerndoelen
Aan iedere les die ik geef is een lesdoel gekoppeld, deze staat in het verband met de kerndoelen. Mijn lesdoel maak ik SMART, zodat ik aan het einde van de les kan benoemen of ik het doel bereikt heb. Een concreet lesvoorbeeld heb ik beschreven in de eerdere competentiebeschrijving van 01-11-2011. Hierin beschrijf ik mijn lesdoel van een les begrijpend lezen die ik in groep 5 heb gegeven en het verband met kerndoel. Op de pagina met de lesvoorbereidingen van groep 5 en groep 1/2 is een overzicht met al mijn lessen. Hierin zijn mijn lesdoelen te lezen en de relatie met het curriculum van de basisschool.


Ik kan onder toezicht een (digitale) les uitvoeren en interactieve en taakgericht instructie geven
In de verschillende stages op de ALO en pabo heb ik laten zien dat onder toezicht lessen kan geven. Ik vind het belangrijk dat tijdens mijn instructie de leerlingen meedenken en meedoen. Hiermee prikkel ik de betrokkenheid van de leerlingen. In de eerdere competentiebeschrijving van 01-11-2011 toon ik met 2 voorbeelden uit de stage aan hoe ik taakgerichte instructie geef. In groep 5 heb ik een les gedichten met de leerlingen gemaakt. Mijn instructie was toen erg interactief, de leerlingen noemden woorden over de sneeuw en dit werd op het digibord in een woordweb geplaatst. Vervolgens maakten zij daar rijmwoorden bij wat de leerlingen zelf op het digibord erbij schreven. Vervolgens gaf ik hen instructie om met die woorden zinnen (en een gedicht) te maken. Zo was deze instructie interactief en taakgericht.

 

Ik kan verschillen tussen kinderen constateren en kan verschillende differentiatie moment in een les herkennen
Tijdens de stage op de OGO school de Mijlpaal heb ik geleerd om verschillen de constateren tussen kinderen en er iets mee te doen. Tijdens het spel stel ik bijvoorbeeld andere vragen aan kinderen die verder ontwikkeld zijn. Een voorbeeld daarvan toon ik aan met een lesvoorbereiding van een les over het verhaal Na-apers van Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer. Ik gaf dezelfde les aan kinderen van groep 1 en van groep 2. Daarbij stelde ik andere vragen, welke de vinden zijn in de voorbereiding.

 

Ik kan op een valide en betrouwbare manier observeren
Op de pagina Kennis van competentie 3 heb ik aangetoond dat ik kennis heb over observeren. Dit heb ik onder ander toegepast volgens de manier van OGO, welke ik beschreven heb op de pagina observatiemodel OGO. Deze manier van observeren is betrouwbaar en valide. Bij de competentie 2, pedagogisch heb ik ook een aantal observatie verslagen laten zien. Deze laten zien dat ik concreet waarneembaar gedrag constateer en hierdoor objectief kan observeren.

 

Ik kan de beginsituatie van de eigen groep in kaart brengen
Wanneer ik een les voorbereid houd ik rekening met de beginsituatie van de leerlingen. De lesvoorbereidingen op de pagina lesvoorbereidingen groep 1/2 tonen aan hoe ik dat doe. Van deze klas heb ik een algemene beschrijving per leerling gemaakt. Hierin heb ik gekeken naar het gedrag en de houding van de leerlingen. Daarbij heb ik ook gekeken naar welk onderdeel ze vak kiezen onder speelwerkuur en met wie ze graag samenwerken. Dit alles is te vinden op de pagina bewijs beginsituatie eigen groep.

 

Niveau 2

De student kan de leerinhouden en leerlijnen afstemmen op het niveau en interesses van de groep en kent het belang van deze leerinhouden voor het dagelijks leven van basisschool kinderen. De student kan onder toezicht gedurende een dag aaneengesloten lesactiviteiten uitvoeren. Hij maakt hierbij inzichtelijk welke leerdoelen hij met welke leeractiviteiten nastreeft en geeft enkele toepassingsgerichte (digitale) opdrachten/didactisch middelen. Hij stimuleert een onderzoekende en nieuwsgierige houding bij kinderen. De student kan leer- en ontwikkelingsprocessen analyseren en differentieert in zijn lessen op verschillende niveaus. De student kan gedurende en na afloop van de les kritisch evalueren en verwerken in het bijsturen van de activiteit en de vervolgactiviteiten.

 

Ik kan de leerinhouden en leerlijnen afstemmen op het niveau en interessen van de groep
Mijn ervaring is dat wanneer de interesse van het kind prikkelt je het beste leerresultaat krijgt. In groep 5 wilde ik aandacht besteden aan kerndoel 9, dit heb ik gedaan door de leerlijn af te stemmen op het niveau van de leerlingen en de interesses van de groep. De les die gaf sloot aan bij de winter (het was voor de kerstvakantie) en het thema was sneeuw. Hoe ik dit heb aangepakt, hoe ik de les heb voorbereid en hoe de les verliep beschrijf ik op de pagina bewijs leerinhouden afstemmen op interesse groep.

 

Ik kan gedurende een dag aaneengesloten lesactiviteiten uitvoeren en maak daarbij inzichtelijk welke leerdoelen en leeractiviteiten ik nastreef
Tijdens de stage in groep 1/2 heb ik gedurende de hele dag lesactiviteiten uitgevoerd. Vooraf maakte ik een lesvoorbereiding waarin ik de activiteiten plande en doelen stelde. In een voorbeeld van een dagplanning is te zien hoe ik de dag in deel en op welke punten ik extra let. in een ander voorbeeld van een ochtendplanning doe ik hetzelfde, maar met minder lesactiviteiten. Hiermee toon ik aan dat ik mezelf heb ontwikkeld en steeds meer de leiding over de groep heb genomen. Ik begon met een activiteit leiden en dit breidde zich al snel uit naar de hele dag de groep leiden en meerdere lesactiviteiten geven. Dit heeft de stagebelegeider ook beschreven in de stagebeoordeling.

 

Ik stimuleer een onderzoekende en nieuwsgierige houding bij kinderen
Betrokkenheid bij de les is voor mij erg belangrijk. Om de leerlingen betrokken te krijgen en houden bij de les stimuleer ik een onderzoekende en nieuwsgierige houding bij hen. Dit doe ik door de activiteit/les uitdagend voor hen te maken. Voorbeelden van hoe ik door uitdagende, interessante activiteiten voor de leerlingen heb gemaakt en het resultaat daarvan beschrijf ik op de pagina bewijs stimuleren onderzoekende houding kinderen.

 

Ik kan leer- en ontwikkelingsprocessen analyseren en differentieer mijn lessen op verschillende niveaus
Ik kan de beginsituatie van mijn groep in kaart brengen door te observeren en hierover te spreken met de stagedocent. In de stage heb ik vrij snel doorgehad wat het niveau van de leerlingen was en mijn lessen daarop aangepast. In groep 5 heb ik bijvoorbeeld bij een rekenles een blad met extra sommen gemaakt met de getallenlijn. Hiermee hielp ik de zwakkere rekenaars op weg op vervolgens de les in de methode te kunnen maken. Voor de sterkere rekenaars had ik voor na de methode les een blad met extra moeilijke deelsommen gemaakt. In de lesvoorbereiding Rekenrijk 5a Blok 3 les 6 laat ik zien hoe ik gedifferentieerd heb op verschillende niveaus tijdens die les. Dit toont aan dat ik naar beneden en omhoog kan differentieren in mijn lessen. In groep 1/2 heb ik bij een les interactief voorlezen de les gedifferentieerd voor groep 1 en groep 2. De leerlingen kregen andere vragen, vragen die bij hun niveau aansloten. In de lesvoorbereiding Na-apers zijn te verschillende vragen te lezen. De ontwikkeling van mij in deze competentie is benoemd door mijn stagedocent in de beoordeling. In de stagebeoordeling beschrijft ze hoe ik heb geleerd mijn lessen aan te passen op verschillendende niveaus.

 

Ik kan gedurende en na afloop van de les kritisch evalueren en vewerken in het bijsturen van de activiteiten
Mijn kwaliteit is dat ik serieus werk en kritisch naar mijn handelen kijk. Ik reflecteer al veel tijdens de les en kan de les goed evalueren eventueel met behulp van de stagedocent. Vervolgens gebruik ik de evaluatie voor het maken van de volgende les. Een voorbeeld is een lessenreeks over klankgroepen die ik heb gegeven aan groep 5. De eerste les heb ik de informatie te moeilijk overgebracht op de leerlingen, de vervolgactiviteit heb ik toen meer op de interesse van de leerlingen laten aansluiten en deze les ging veel beter. De voorbereiding en evaluatie op de eerste les is te lezen in de lesvoorbereiding klankgroepen en meervoud 1 + evaluatie. Het vervolg daarop en mijn aanpassingen is te vinden in de lesvoorbereiding klankgroepen en meervoud 2.
In groep 1/2 heb ik vaak lessen gegeven aan kleine groepjes. Ik evalueerde dan na de les en gaf dan later op de dag vaak dezelfde les en nam daarin al de evaluatie mee. Dit zorgde ervoor dat ik mezelf al kon verbeteren en de les beter kon laten aansluiten op het niveau van de leerlingen. Een voorbeeld hiervan is te lezen in de lesvoorbereiding tim op de tegels + evaluatie. Deze voorbeelden tonen aan dat ik gedurende de les en na afloop kritisch kan evualeren en verwerken in het bijsturen van de (vervolg)activiteiten. De opleider in de school en stagebegeleider benoemen dit ook in de stagebeoordeling als positief punt van mij. 

 

Niveau 3

De student kan de leerlijnen en leerinhouden afstemmen op het niveau en de interesses van individuele kinderen. De student kan zelfstandig gedurende minimaal twee aaneengesloten dagen lesactiviteiten uitvoeren en zorgt ervoor dat het onderwijs aansluit bij individuele mogelijkheden van alle kinderen in de klas. De student kan van elk kind in zijn groep beschrijven hoe het zich ontwikkelt en hoe hij die ontwikkeling bevordert. Hij signaleert onmiddellijk als er leer- of ontwikkelingsproblemen zijn, hij kan beoordelen of en hoe hij die problemen zelf kan aanpakken. De student kan leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen op een verantwoorde wijze volgen, de resultaten hiervan gebruiken bij het ontwerpen van volgende onderwijsactiviteiten


Ik kan de leerlijnen en leerinhouden afstemmen op het niveau en interesse van individuele kinderen
In groep 8 heb ik ervaren dat er veel verschillende niveaus en interesses in de groep zijn. De lessen bereid ik voor vanuit het gemiddelde van de groep en ik pas de leerinhouden aan op individuen. Daarbij werk ik bij rekenen bijvoorbeeld in 3 niveaus en geef ik dan instructie voor het gemiddelde van 1 groep. Daarbij geef ik nog verlengde instructie of is er aangepast materiaal voor individuen. Behalve het niveau van de leerstof houd ik ook rekening met de leerstijlen en interesses van individuele kinderen. Door mijn open houding en interpersoonlijke kwaliteiten kom ik achter de interesses en kwaliteiten van leerlingen en gebruik ik deze ook in de lessen. Hoe ik dat op de verschillende stageplekken heb toegepast is te lezen op de pagina leerinhouden afstemmen op individu.

 

Ik kan zelfstandig 2 aaneengesloten dagen lesactiviteiten uitvoeren en zorg ervoor dat het onderwijs aansluit bij individuele mogelijkheden van alle kinderen in de klas
Vanaf oktober heb ik zelfstandig op maandag en dinsdag de lesactiviteiten uitgevoerd in groep 8. Daarbij had ik de leiding over de groep gedurende de 2 dagen. De lessen gaf ik voornamelijk met de verschillende methodes. Daarbij pas ik de les wel aan bij het individu door een bijvoorbeeld een verdiepingsopdracht te maken voor sterke leerlingen en herhalingstof bij zwakkere leerlingen. Op de pagina groep 8 Joop Westerweel is een overzicht te zien van de activiteiten die ik gedaan heb. Op de pagina lesvoorbereidingen en evaluaties zijn de verschillende lesvoorbereidingen en evaluatieverslagen per dag te lezen. Hieruit blijkt dat ik zelfstandig 2 aaneengesloten dagen lesactiviteiten kan uitvoeren en daarbij het onderwijs kan afstemmen op het individu. Tijdens mijn eindstage voor de ALO heb ik zelfs 4 aaneengesloten dagen lesactiviteiten zelfstandig uitgevoerd. Door mijn ervaring en kennis verwacht ik dat ik dat nu ook in de klas kan doen als groepsleerkracht.

 

Ik kan van elk kind in de groep beschrijven hoe het zich ontwikkelt en hoe ik de ontwikkeling bevorder
Bij de pedagogisch competent vaardigheden niveau 3 heb ik de ontwikkeling van mijn stagegroep in beeld gebracht. Daarbij heb ik gekeken naar fysieke, cognitieve, sociaal-emotionele en morele ontwikkeling. Ik bevorder de ontwikkeling van de kinderen ook op deze verschillende gebieden, behalve het fysieke gedeelte. Per leerling heb ik beschreven hoe ik de cognitieve ontwikkeling bevorder en de sociaal-emtionele (en morele) ontwikkeling. In het overzicht ontwikkeling bevorderen is dit te lezen. Bij cognitief minder sterke leerlingen doe ik dat vooral door de betrokkenheid te stimuleren en te werken vanuit hetgeen dat het kind wel kan/weet. Bij sociaal-emotionele leerlingen doe ik dat vooral door feedback te geven op hun gedrag en hen te koppelen aan leerlingen die sociaal sterk zijn.

  

Ik kan leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen op een verantwoorde wijze volgen, de resultaten hiervan gebruiken bij het ontwerpen van volgende onderwijsactiviteiten
Op de stageschool wordt gewerkt met Parnassys, vanuit mijn kwaliteiten om zorgvuldig en gestructeerd te werken kan ik de leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen daarmee op een verantwoorde wijze volgen. Tijdens de stage heb ik de resultaten van de leerlingen van voorgaande lessen gebruikt bij het ontwerpen van mijn volgende onderwijsactiviteiten. Zo heb ik bijvoorbeeld een werkblad spelling gemaakt, omdat er in de toets veel fouten met een-d of -t aan het eind gemaakt waren. Ik streef er naar om leerlingen zelfstandig te laten werken en verantwoordelijk te geven. Ik geef uitleg als het nodig is, dat heeft niet altijd iedereen nodig. Ik zou willen dat deze leerlingen dan zelfstandig al aan de slag gaan en ik uitleg geef aan leerlingen die dat dus echt nodig hebben. Tijdens een spelling les dacht ik de leerlingen geen instructie meer nodig zouden hebben, in de methode werd dit benoemd, omdat het een hehalingsles zou zijn. Echter had ik het werk gecontroleerd en bleek dat er toch nog veel fouten waren gemaakt. Dan kies er ik voor om mijn onderwijs daarop aan te sluiten en geef ik tijdens de volgende les instructie over de moeilijkheden (en gemaakte fouten) van de vorige les.