Joycehidding.jouwweb.nl
Home » Bewijs Observatiemodel OGO

Bewijs Observatiemodel OGO

Dit stuk is gebaseerd op het boek Basisontwikkeling in de onderbouw door Frea Janssen-Vos.

Het observatiesysteem dat bij OGO gebruikt wordt is HOREB (handelingsgericht observeren, registeren en evalueren van basisontwikkeling).
De leerkracht onderzoekt daarbij:

  • Het actuele ontwikkelingsniveau: wat kan het kind op eigen kracht; welke betekenissen verbindt het aan de activiteit;
  • De zone van naaste ontwikkeling: wat kan het kind nog niet alleen maar wel als ik mee doe; welke signalen ontdek ik voor nieuwe activiteiten en ontwikkelingsprocessen die daaraan verbonden zijn.

 

Het observatiesysteem vervult twee functies:

    1. Ontwerpen en uitvoeren van het onderwijsaanbod: activiteiten voor de kinderen en het aandeel van de leerkracht daarin.
    2. Evaluatie van het ontwikkelingsverloop: gaat het goed met dit kind; vindt de gewenste ontwikkeling daadwerkelijk plaats.

     

    De leerkracht zoekt naar:

    • De motieven en belangstelling van de betreffende kinderen,
    • De actuele ontwikkeling in relatie tot de ontwikkelingsperspectieven van de activiteit waar het op dat moment om gaat,
    • En in relatie tot de doelen van basisontwikkeling die in het kader van die activiteit aandacht vragen.

     

    Observatiemodellen

    De observatiemodellen zijn gemaakt voor elke kernactiviteit en zijn bestemd voor de evaluatie van het ontwikkelingsverloop. De aandacht gaat uit naar:

    • De activiteit zelf;
    • De daaraan verbonden taal/denkontwikkeling;
    • Een aantal elementen van de brede ontwikkeling;
    • En een aantal specifieke kennis en vaardigheden.

     

    De volgende voorbeelden laten zien welke aandachtspunten het observatiemodel bevatten.

     

    Ontwikkelingssignalerende gegevens van de spelactiviteit:

    • Bewegen en manipulerend bezig zijn;
    • Losse rollen en rolgebonden handelingen;
    • Meer en meer thematisch rollenspel: rollen dialogen;
    • Thematisch rollenspel, inclusief lezen, schrijven en rekenen;
    • Echte (spel)activiteiten met echt lezen, schrijven en rekenen.

     

    Ontwikkelingssignalerende gegevens van de taaldenkontwikkeling:

    • Benoemen en beschrijven van gebeurtenissen;
    • Relaties verwoorden, vergelijken;
    • Onderhandelen over betekenissen, motiveren, voorstellingen verwoorden, woorden als ‘want’ en ‘omdat’ gebruiken;
    • Schema’s en modellen als denkinstrument inzetten;
    • Vaktaal gebruiken.

     

    Aspecten van de brede ontwikkeling:

    • Samenspelen en samenwerken, rekening houden met elkaar;
    • Uiten en vormgeven;
    • Actieve betekenis verlening;
    • Reflecteren


    Specifieke kennis en vaardigheden;

    • Grove en fijne motoriek;
    • Woordbetekenissen;
    • Omgaan met materialen;
    • Waarnemen en ordenen.

     

    Het HOREB bevat ook een systeem om de observatiegegevens zo efficiënt mogelijk te registeren en te gebruiken voor de planning van het onderwijs aanbod en voor de evaluatie van het ontwikkelingsverloop van kinderen. Het bestaat uit drie delen:

    • Het logboek waarin de leerkracht dagelijks beschrijft wat de plannen en voornemens zijn, welke de bijzondere aandachtspunten zijn en wat de bevindingen zijn.
    • Kinderdagboeken zijn belangrijke gegevens over individuele kinderen.
    • Het activiteitenboek waarin de leerkracht bijhoudt welke activiteiten aan de orde zijn geweest of gepland zijn.

     Een voorbeeld van een observatieformulier voor de 1e drie maanden van een nieuwe kleuter: