Joycehidding.jouwweb.nl
Home » POP 31-03-2011 + evaluatie

POP 31-03-2011 + (tussen)evaluatie

Leerdoelen 2e  semester

De komende periode loop ik stage op de Mijlpaal in de kleuterklas. Daar zal ik werken aan de nieuwe leerdoelen. Deze leerdoelen komen voort uit de ervaringen in de stagen tijdens het 1e semester en het advies van de assessoren. Daarbij heb ik nu nieuwe ervaringen erbij met kleuters. Een aantal leerdoelen heb ik tussentijds geevalueerd en aangepast.

 

Leerdoel 1:  Ik kan het onderwijs aanpassen aan het individu

 Het advies van de assessoren was om mij te gaan richten op de didactiek van de verschillende vakgebieden. Hoe bied ik de stof aan? Wat heeft het kind nodig? Hoe richt ik mijn onderwijs in? Hier ben ik in het 1e semester ook mee bezig geweest (na het assessment), maar wil ik mij op blijven richten. De Mijlpaal heeft Ontwikkelingsgericht Onderwijs en daarom heb ik aangevraagd om daar te kunnen stagelopen. Op Mijlpaal verwacht ik dat ik veel kan leren over hoe je het onderwijs aanbiedt gericht op het kind.

Specifiek

  • Ik ben in staat om mijn lesvoorbereiding en uitvoering aan te passen op de ontwikkeling van het kind.

Meetbaar

  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt als ik in de lesvoorbereiding aantoon hoe ik differentieer tijdens de les. 
  • Ik heb mijn doel bereikt als ik de voorbereidde aanpassingen kan toepassen in de gegeven les. Dit wordt opgemerkt door mijn stagementor.
  • Ik evalueer met de leerlingen in het spel om te kijken hoe hen verder kan uitdagen.

 

Actie

  • Ik laat mij informeren door mijn stagementor over het niveau van de verschillende leerlingen. Ik vraag aan de stagementor hoe zij differentieert in de lessen en observeer haar acties tijdens de lessen die hij geeft.
  • Ik stel vragen aan mijn stagementor over thematisch werken.
  • Tijdens het spel observeer ik de leerlingen en daag ik hen uit voor nieuwe dingen.
  • Tijdens het spel neem ik deel aan een activiteit met een leerling om te controleren wat het niveau van de leerling is.
  • Wanneer ik lessen voorbereid verdiep ik mij in het onderwerp van de les om de stof makkelijker en moeilijker aan te kunnen bieden.

 

Realistisch

  • Ik ben sterk in het voorbereiden van lessen. Ik zie geen belemmeringen om in de lesvoorbereiding na te denken over differentiëren.
  • Het thematisch werken in het OGO is uitermate geschikt om dit leerdoel te bereiken.
  • Door de feedback over dit onderwerp van mijn stagementor en mijn eigen evaluaties zal ik controleren of ik het leerdoel per les heb bereikt.

 

Tijd

  • Tijdens de start van de stage stel ik veel vragen aan de stagementor om informatie te krijgen over het OGO en hoe zij de lessen laat aansluiten op het niveau van de leerlingen.
  • De komende 8 weken ga ik hier aan werken. Daarna evalueer ik of ik het doel al bereikt heb of dat ik mijn acties moet aanpassen.
    In mijn planning staat 28 maart als evaluatie moment.

(tussentijdse) Evaluatie leerdoel 1:

 

De afgelopen weken ben ik bezig geweest met het leerdoel door vragen te stellen aan mijn stagementor. Ook heb ik leerlingen observeert en heb ik tijdens spel mee gedaan. Ook heb ik activiteiten met een groepje gedaan die op hun niveau waren. Dit heb ik overleg met de stagementor gedaan. Het leerdoel heb ik gedeeltelijk bereikt.
Met mijn stagementor heb ik dit onderwerp besproken, ik vind het zelf nog lastig om tijdens het spel de activiteit aan te passen op het niveau van de leerling. Dit omdat ik vaak niet precies het niveau van de leerling kan inschatten.

Ik ga hieraan werken door de komende week 4 leerlingen te volgen. Zo krijg ik van hun een beter beeld ik kan ik voor hen activiteiten gaan ontwerpen.

Op 16 mei evalueer ik dit leerdoel weer.

 

Leerdoel 2:
Ik ben in staat om een planning te maken en mijzelf daar aan te houden

Uit de evaluatie van het afgelopen semester bleek dat ik mijzelf niet aan de planning had gehouden. Daarnaast is het zo dat ik voor het assessment heel veel aan mijn portfolio heb gedaan. Dat is helaas op een lager pitje geraakt. Hierdoor houd ik mijn ontwikkeling niet goed meer bij. Ik ga er voor zorgen dat dit weer beter wordt door een planning te maken van mijn week en momenten in te plannen om aan het portfolio te werken.


Specifiek

  • Ik kan in mijn week vaste momenten plannen om aan mijn portfolio te werken. Dit kan ik uitvoeren en bijhouden. Hetzelfde geldt voor evaluatie momenten van de pop.

Meetbaar

  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt wanneer ik elke week een planning kan maken.
    Deze planning staat onder de pagina Planning en houd ik elke week bij.
  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt wanneer ik elke week de planning kan volgen.
  • Ik heb mijn doel volledig bereikt als ik de weekplanning kan ontwerpen, volgen en daarnaast mijzelf ook houdt aan de geplande evaluatie momenten.

 

Actie

  • Ik maak een planning voor het komende semester, waarbij ik elke week vaste momenten plan om te werken aan mijn portfolio.
  • Iedere zondag controleer ik of mijzelf die week aan de planning heb gehouden.
  • Wanneer ik mijzelf niet aan de planning heb gehouden zorg ik dat de week erna mijn planning aanpas om het achterstallige werk in te halen.

 

Realistisch

  • Tijdens mijn vorige studies heb ik nooit planningen op papier gemaakt. Ik plande mijn activiteiten in mijn hoofd en werk ook met een to do lijstje. Dit werkte altijd goed. Ik ben dus wel in staat om gestructureerd te werken. Echter is mijn week nu zo vol door de vele activiteiten dat ik nu merk dat ik slordig ben geworden.
  • Door het komende semester een strakke planning op papier te maken kan ik weer een ritme krijgen en mijn structuur terug vinden.
  • Ik plan een afspraak met Co om te bespreken hoe het is gegaan.

 

Tijd

  • Ik heb mijn doel bereikt als ik voor de meivakantie nog steeds alles op orde heb en mijn planning nog bij houd en volg.
  • Op 25 mei evalueer ik dit leerdoel.

 

Leerdoel 3:

Ik kan laten zien dat ik werk met uitgestelde aandacht en kan werken met het GIP-model.

 

Tijdens het assessment kwam naar voren dat ik over bepaalde onderwerpen nog niet voldoende wist om te kunnen laten zien in de lessen. Daarom ga ik mij daarin verdiepen.

Daarna kan ik deze methoden in het onderwijs toepassen.

 

Specifiek

  • Ik ben mij bewust van klassenmanagement en weet hoe ik kan werken met uitgestelde aandacht en het GIP-model. Dit kan ik toepassen in mijn lessen.

Meetbaar

  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt als ik mij heb verdiept in de literatuur over deze onderwerpen.
  • Ik heb mijn doel bereikt als ik de geleerde theorie toe pas in mijn lessen. Dit laat ik vooral zien tijdens mijn assessment.

 

Actie

  • Ik ga mij verdiepen in het boek ‘Meer dan onderwijs’.
  • Ik ga mij verdiepen in het boek ‘Vakbekwaam onderwijzen.’
  • De geleerde onderwerpen uit de literatuur ga ik toepassen in de praktijk. Dit ga ik specifiek benoemen in mijn lesvoorbereidingen.

 

Realistisch

  • In mijn planning neem ik momenten voor bestuderen van literatuur op.
  • In de planning staan data waarop ik de boeken uit dien te hebben.
  • Wanneer ik meer theoretische kennis bezit kan ik dit toepassen in mijn lessen.
  • Ik zie geen belemmeringen waarom ik het niet zou kunnen toepassen.

 

Tijd

  • Ik begin met het boek ‘Vakbekwaam onderwijzen’ en richt mij daarna op ‘Meer dan onderwijs’. Ik zal iedere week erin lezen en plan data waarop de boeken uit zijn.
  • Het boek ‘Vakbekwaam onderwijzen’ heb ik 28 februari uitgelezen.
  • Het boek ‘Meer dan onderwijs’ heb ik op 4 april uitgelezen.

 

 

Leerdoel 4: Ik heb een duidelijke interactie met de groep

 

Tijdens mijn bezoek van Jacqueline Bieger en het assessment kwam naar voren dat ik goed contact kon maken met de leerlingen. Vooral de interactie tussen mij en individuele leerlingen vonden zij sterk. Wanneer ik echter voor de klas sta vonden zij dat ik dit meer kan laten zien. Dit doe ik door mijn met mimiek te spelen en ook complimenten te geven aan de hele klas.

 

Specifiek

  • Ik ben in staat om met mijn lichaamstaal en mimiek aan de groep te laten zien wat ik wil/hoe ik de les vind gaan. Dit ondersteun ik met specifieke woorden: ik zie dat jullie allemaal goed opletten.

Meetbaar

  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt als ik laat zien dat ik speel met mijn lichaamstaal en mimiek.
  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt als ik laat horen dat ik complimenten geef aan de groep.
  • Ik heb mijn doel bereikt wanneer ik op video mijzelf zie als een docent die interactie heeft met de groep. Hierbij let ik op de reactie van de kinderen op mijn eigen handelen (zoals eerder genoemd).

 

Actie

  • Ik laat mij op video op nemen om te kijken hoe de groep op mij reageert en hoe ik voor de groep sta.
  • Ik licht mijn stagementor in over dit leerdoel en vraag haar om feedback.
  • In de lesvoorbereiding stel ik doelen om bijvoorbeeld 5 groepsopmerkingen te maken. Daarnaast evalueer ik met de groep.

 

Realistisch

  • Er is al aangegeven dat er video- begeleiding mogelijk is om mijn ontwikkeling waar te nemen.
  • Op een video kan ik zelf zien hoe de groep op mij reageert en of ik ook mijn lichaamstaal aanpas tijdens de les.

 

Tijd

  • Ik ga vanaf het begin van de stage voor mijn gevoel overdreven mijn lichaamstaal gebruiken. Zo wil dat de leerlingen mij ook snel leren kennen en duidelijk het verschil merken in mijn houding en bedoeling.
  • Ik overleg met mijn stagedocent over de eerste video opnamen. Dit zet ik in mijn planning. Daarna kan ik het expliceren.
  • Het leerdoel evaleer ik op 28 maart.

 

 

(tussentijdse)Evaluatie leerdoel 4:

Op 7 maart 2011 ben ik gefilmd door Taetske Wust, mijn opleider in de school. Hierbij hebben wij het bij het nabespreken gehad over de interactie in de groep. Op het videofragment is goed te zien dat ik een duidelijke interactie met de groep heb. Mijn stemgebruik is daarbij vooral erg duidelijk.
Ik zag nog te weinig dat ik complimenten gaf aan de leerlingen. De vorige stagedag heb ik dit ook besproken met mijn stagementor. Mijn leerdoel is nog niet volledig bereikt. Ik ga mezelf de komende weken erop richten dan ik duidelijke complimenten geef aan de leerlingen. Op 16 mei evalueer ik dit leerdoel weer.

 

 

Leerdoel 5: Ik geef de leerlingen ruimte tijdens de lessen

 

Ik ben een docent die graag de touwtjes in handen heeft. Mijn visie is dat ik leerlingen zelfstandig wil laten werken en hen het gevoel te geven dat zij ook zeker zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen ontwikkeling. Dit kan niet wanneer ik zelf de les domineer en weinig ruimte laat voor eigen initiatieven.

 

Specifiek

  • Ik ben in staat om mijn leerlingen ruimte geven tijdens de les. Zij mogen zelf initiatief nemen voor een activiteit en ik geef differentieert les in plaats van klassikaal.

Meetbaar

  • Ik heb mijn doel gedeeltelijk bereikt als ik in de lesvoorbereiding aantoon hoe ik ruimte over laat voor de leerling.
  • Ik heb mijn doel bereikt als ik mijn les kan laten aansluiten op het niveau en daarbij ruimte laat om dit aan te passen (door gedrag leerling). De leerling laat ik dus bepalen hoe de activiteit eruit zien.

 

Actie

  • Ik bedenk van te voren hoe ik ruimte kan laten voor de leerlingen om eigen initiatieven te nemen.
  • In de stageklas werken ze met ‘inloop’ waarbij leerlingen zelf een activiteit kiezen. Hierbij ga ik observeren wat de leerlingen doen. Zo overtuig ik mijzelf ervan dat de leerlingen veel zelfstandig kunnen doen.
  • Ik laat de leerlingen materialen opruimen of klaarzetten tijdens lessen waar nodig.

 

Realistisch

  • Het is voor mij lastig om de controle los te laten. Ik denk dat ik zelf weet wat het beste is en vergeet daarbij soms de kracht van de leerling. Ik zal voor dit leerdoel dus zeker mijn best moeten doen.
  • Door mijzelf te verdiepen in OGO en dit te ervaren kan ik zelf ervaren hoeveel leerlingen zelf kunnen welke resultaten dit zal opleveren.

 

Tijd

  • Ik informeer de stagementor over mijn valkuil en vraag haar om feedback over mijn handelen als docent.
  • Omdat dit doel voor mij belangrijk is en ook wellicht moeilijk om te realiseren neem ik ruim te tijd voor. Voor de meivakantie, op 25 mei evalueer ik dit leerdoel.