Joycehidding.jouwweb.nl
Home » Bewijs Onderwijsopvattingen

Bewijs Onderwijsopvattingen

Hieronder heb ik een overzicht gemaakt van de belangrijkste onderwijsopvattingen. Over elke onderwijsopvatting geef ik mijn mening. Bij iedere visie geef ik punten die ik positief vind en punten waar ik anders over denk. Voor het gemak benoem ik deze als negatief. Het is echter niet zo dat ik deze punten als negatief ervaar. Het sluit echter alleen niet aan mij bij mijn visie, ik zou het niet prettig vinden om op die manier te werken.
Na allen vergeleken te hebben met mijn visie kan ik mijn eigen visie vormgeven.

 

Montessori

Onderwijsvorm ontwikkeld door Maria Montessori: zelfstandige ontwikkeling van het kind staat centraal. Kinderen werken in drie jaargroepen met verschillende materialen op hun eigen niveau. Het montessorionderwijs gaat uit van de mogelijkheden van het individuele kind. Belangrijke kenmerken: vrijheid in werkkeuze, vrijheid in werktempo, gevoelige perioden, wisselwerking kind en omgeving, ontwikkeling tot zelfstandige, sociale individuen.

 

  • Positief: zelfstandige ontwikkeling en Montessori materiaal
  • Negatief: te veel vrijheid voor kinderen, stamgroepen

 

 

Dalton
Het Daltononderwijs gaat er vanuit dat elk mens in staat is verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en zijn omgeving. De onderwijsmethode is er dan ook op gericht dat een kind vrijheid kan hanteren en eigen keuzes kan maken. Kind werkt met taken.

 

  • Positief: gericht op zelfstandig werken; taken

 

Jenaplan
Op Jenaplanscholen wordt gewerkt volgens de ideeën van Peter Petersen, die school zag als een werkgemeenschap waarin leerlingen zich dienstbaar leren opstellen ten opzichte van anderen. Leerlingen die in leeftijd één tot drie jaar van elkaar verschillen, zitten samen in stamgroepen. Jenaplan is geen systeem met vaste vormen en maakt onder meer gebruik van ervaringsgericht onderwijs.

 

  • Positief: ervaringsgericht; school als werkgemeenschap
  • Negatief: stamgroepen

 

Vrije school
Vrije scholen geven onderwijs vanuit de antroposofie, een levensovertuiging (ontwikkeld door Rudolf Steiner) waarin men zich bewust wil worden wat ‘het mens zijn’ betekent. Naast het verwerven van kennis, hechten vrije scholen grote waarde aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden en creativiteit. Euritmie behoort tot de vaste vakken.

 

  • Positief: aandacht sociale vaardigheden en creativiteit

 

Freinet
Freinetscholen werken volgens het principe van Célestin Freinet, een Franse pedagoog. Freinet is een onderwijssysteem waarin de leefwereld van het kind en het leren door ervaring centraal staan. Freinetonderwijs is enerzijds individueel en taakgericht.  Anderzijds is het gericht op het leren samenwerken en het aanleren van sociaal gedrag. Belangrijke kenmerken van Freinetonderwijs: de kring, vrije werktijd, vrije tekst en het eigen schrift.

 

  • Positief: leefwereld van het kind en leren door ervaring

 

 

OGO

Ontwikkelings Gericht Onderwijs, Frea Janssen-Vos. Als reactie op samenvoeging kleuter- en lager onderwijs in 1985 -aandacht voor jonge kind. Begrip ‘basisontwikkeling’ geïntroduceerd voor onderwijs aan kleuters. Gaat uit van eigen ontwikkelkracht van het kind. Beïnvloed door Vygotsky. Zone van naaste ontwikkeling:kind kan vanuit eigen persoonlijke ontwikkeling leren wat op het randje van kunnen en niet kunnen ligt; stimulerende rol van leerkracht is van groot belang. Omgeving speelt belangrijke rol (volwassenen, rijke leeromgeving). Doel is emancipatie en brede ontwikkeling. Basisdoelen: nieuwsgierig zijn, emotioneel vrij zijn en zelfvertrouwen hebben.

 

  • Positief: zone van naaste ontwikkeling, basisdoelen

 

EGO

Ervarings Gericht Onderwijs, Ferre Laevers, eind jaren ’60. Emancipatie als uiteindelijke doel van het onderwijs. Ontwikkeling valt en staat met geboeid zijn van de leerling. Betrokkenheid: kernbegrip. Aandacht voor krachtige, stimulerende leeromgeving. Eigen initiatief staat voorop.

 

  • Positief: betrokkenheid
  • Negatief: vooropstellen van eigen initiatief

 

Adaptief onderwijs

 Deci, Luc Stevens: drijvende kracht achter Adaptief Onderwijs. Komt voort uit problemen die WSNS met zich meebrengen. Verschillen tussen leerlingen nemen toe, oude klassikale en leerstofgerichte onderwijs voldoet niet meer. Adaptief onderwijs is onderwijs dat elke leerling tot zijn recht laat komen, onderwijs waarin elke leerling zich op zijn plaats voelt. Maar ook onderwijs dat leraren beter past, waarin leraren zich beter thuis voelen. Ontwikkeling is een proces. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig. Drie basisbehoeften: behoefte aan relatie, competentie en autonomie.

 

  • Positief: basisbehoeften kind, onderwijs past ook voor leraar

 

 

Mijn onderwijsvisie

De positieve punten die ik haal uit de verschillende onderwijspunten zijn dat iedereen het kind centraal en dat een aantal de betrokkenheid van kinderen voorop stelt. Onderwijs moet wat mij betreft kinderen uitdagen om te leren en een motivatie om te leren creëren bij de leerlingen. In het OGO spreekt het werken met een zone van naaste ontwikkeling mij aan. Ook bij EGO is de betrokkenheid van kinderen een belangrijke factor. Als docent wil ik leerlingen ruimte bieden om dingen zelf te doen en begeleiden in activiteiten die zij nog niet zelf kunnen. Elkaar daarbij helpen en het ontwikkelen van sociale vaardigheden moet ook onderdeel van het onderwijsprogramma zijn is mijn mening. Daarbij vind ik het belangrijk dat kinderen leren om zelfstandig te werken, dat spreekt mij bijvoorbeeld aan van Dalton en Montessori onderwijs. Leerlingen leren om ook verantwoordelijk te zijn voor taken en hun gedrag in de klas. Echter ben ik geen voorstander van het werken in stamgroepen. Voor kinderen die snel leren is het denk ik heel goed, zo kunnen ze van oudere kinderen al nieuwe dingen leren en wordt er op veel verschillende niveaus gewerkt. Echter denk ik dat kinderen die minder makkelijk leren dit lastig zullen vinden. Voor deze kinderen denk ik niet dat veel vrijheid in werktempo en taak bevorderlijk is. Echter heb ik zelf ook weinig ervaring met stamgroepen, dus wie weet is mijn mening ongegrond.

Ik ben er wel overtuigd dat de basisdoelen/behoeften van adaptief onderwijs en OGO de kern is voor een goed leerproces. In elke onderwijsvorm hoort een kind zich competent en gewaardeerd te voelen. Is dit niet zo kan er ook niet optimaal geleerd worden.