Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 6. Kennis

6. Kennis

Niveau 1

De student kent verschillende vormen van communicatie met opvoeders.
De student herkent verschillende manieren van opvoeden.       
 

Ik ken verschillende vormen van communicatie met opvoeders
Als leraar heb ik regelmatig contact met de opvoeders van het kind. Er zijn verschillende vormen waarop ik met hen kan communiceren. Ik kan kiezen voor verbale, non-verbale, mondelinge of schriftelijke communicatie. Deze verschillende vormen van communicatie heb ik uitgelegd op de pagina bewijs basiscommunicatie (competentie 1, kennis 1). Hierin leg ik ook de vier aspecten van de boodschap uit, waar ik ook rekening mee houd wanneer ik met opvoeders communiceer. De verschillende gesprekssoorten die je als leerkracht met opvoeders hebt beschrijf ik op de pagina bewijs gespreksvoering ouders.

 

Ik ken verschillende manieren van opvoeden
Ouders voeden hun kinderen allemaal op hun eigen manier op. Ik ken de verschillende stijlen van opvoeden als autoritair, permissief, autoritatief en verwaarlozend. Hoe de ouders handelen bij elke stijl en wat de invloed daar van is op de kinderen beschrijf ik op de pagina bewijs opvoedstijlen. Bij de competentie 2 heb ik ook mijn kennis over opvoedingstheorieën aangetoond. Daarin ga ik verder in op de manieren van opvoeden en onder andere de visie van Langeveld wordt besproken. Dit is te vinden op de pagina bewijs opvoedingstheorieën.


Niveau 2

De student heeft kennis van methodieken van gespreksvoering (spreken en luisteren) met opvoeders en professionele partners. De student kent de verschillende manieren van opvoeden en de culturele bepaaldheid hiervan. Hij kent de professionele partners (en hun taken) waarmee de school samenwerkt.

 

Ik ken methodieken van gespreksvoering (spreken en luisteren) met opvoeders en professionele partners
In de gesprekken die ik als leerkracht met opvoeders en profesionele partners kan ik verschillende methodieken toepassen. Op welke manier ik een gesprek voer met opvoeders is afhankelijk van de situatie en de inhoud van het gesprek. Zoals ik heb beschreven op de pagina bewijs basiscommunicatie houd ik rekening met de verschillende aspecten van de boodschap (van de opvoeder of van mij). De verschillende gesprekssoorten die ik voer met opvoeders beschrijf ik op de pagina bewijs gespreksvoering met opvoeders. Daarin worden ook verschillende methodieken genoemd.

 

Ik ken verschillende manieren van opvoeden en de culturele bepaaldheid daarvan
Bij kennis niveau 1 van deze competentie en bij competentie 2 heb ik stukken geschreven over opvoeden. Daarin komen verschillende opvoedstijlen en theorieën aan bod. Ook wordt de culturele bepaaldheid daarvan besproken. Een overzicht van alle bewijsstukken over opvoeding zijn te vinden op de pagina bewijs opvoeding.

 

Ik ken de professionele partners (en hun taken) waarmee de school samenwerkt
De stageschool de Mijlpaal werkt met een aantal partners samen. Ze vallen onder bestuur van de ASKO en hebben een medezeggenschapsraad en ouderraad. Wat de taken van deze partners zijn is beschreven op de pagina bewijs professionele partners van de school.

 

Niveau 3

De student heeft kennis van mondelinge en schriftelijke communicatie met opvoeders met verschillende achtergronden en professionele partners. De student kent de uitgangspunten van educatief partnerschap met opvoeders en professionele partners van het onderwijs in een grootstedelijke context.


 

Ik heb kennis van mondelinge en schriftelijke communicate met opvoeders met verschillende achtergronden en professionele partners
Goede communicatie is de basis voor een constructieve samenwerking met opvoeder en professionele partners. Ik hecht veel waarde aan een goede samenwerking, dit heb ik aangetoond bij attituden 3. Door het boek Handelingsgericht werken: een handreiking voor het schoolteam te lezen heb ik kennis van de zeven uitgangspunten om een goede communicatie te krijgen en te houden met opvoeders. Deze uitgangspunten heb ik samengevat op de pagina bewijs communicatie opvoeders. Na de bestudering ben ik mij bewust van het belang om verwachtingen uit te spreken en samen haalbare doelen op te stellen voor het kind. Om een gesprek over het kind goed te kunnen voeren zal ik mijn kennis toepassen en daarbij het formulier oudergesprek van handelingsgericht werken gebruiken. Met behulp van dit formulier zorg ik voor een goede mondelinge communicatie en geef ik de ouders daarna de schriftelijke versie mee. Zo houd ik ouders betrokken en kan ik bij een volgend gesprek terug komen op de gemaakte afspraken en kunnen we samen vast stellen of de doelen behaald zijn.


 

Ik ken de uitgangspunten van educatief partnerschap met opvoeders en professionele partners van het onderwijs
Onderwijs maak je niet alleen. Als school ben je in contact met verschillende partijen. Een zeer belangrijke partij is de ouder(s) van het kind. De school, de leraar en de ouders spelen een belangrijke rol in opvoeding van het kind en samen kunnen zij meer betekenen dan alleen. Daarom kies ik als leraar ervoor om een eductatief partnerschap aan te gaan met de ouders. Wat dit precies inhoudt is beschreven op de pagina bewijs educatief partnerschap. Naast partnerschap met de ouders hebben wij op het ROC bijvoorbeeld ook te maken bedrijven waar leerlingen stagelopen en leerplichtambtenaren. Om hier goed mee samen te werken zorg je ervoor dat je de belangen en wensen van het bedrijf respecteert en jij als docent ook opkomt voor de belangen van de leerling. Er kan een goede samenwerking ontstaan als beide partijen deze belangen ook uitspreken naar elkaar en heldere afspraken maken.