Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 3. Kennis

3. Kennis

Niveau 1

De student kent de kerndoelen, wet- en regelgeving voor het primair onderwijs.
De student heeft kennis van basale didactische vaardigheden.
De student kent de uitgangspunten van diverse onderwijsconcepten en hun ontstaansgeschiedenis. Hij kent de theorie over adaptief onderwijs.
De student kent enkele werkwijzen om leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen vast te stellen.
Hij kent observatiemodellen.
De student heeft kennis van taalverwervingsprocessen.

 

Ik ken de kerndoelen, wet- en regelgeving voor het primair onderwijs
Als docent ben ik op de hoogte van de kerndoelen en heb ik kennis van de wet- en regelgeving voor het primair onderwijs. Dit toon ik aan met een stuk dat ik geschreven waarin de regels weergegeven zijn. Dit is te lezen op de pagina bewijs kerndoelen.

 

Ik heb kennis van basale didactische vaardigheden
Mijn didactische vaardigheden heb ik ontwikkeld tijdens de ALO en de stages tot nu toe voor de pabo. Ik ben betrokken bij mijn leerlingen en kan leiding geven aan groep. De basiskenmerken van didactiek beschrijf ik op de pagina Bewijs rijke leeromgeving. Hier ga ik in op de voorwaarden voor rijke leeromgeving en daarmee de uitgangspunten voor didactiek.

 

Ik ken de uitgangsupnten van diverse onderwijsconcepten en de theorie over adaptief onderwijs
In een samenvatting die ik heb gemaakt over verschillende onderwijsconcepten toon ik mijn theoretische kennis hierover aan. In de praktijk heb ik stage ervaring op regulier, montessori en ogo onderwijs. In de samenvatting beschrijving de onderwijsconpeten van Dalton, Montessori, Jenaplan, Freinet en de Vrije school. Uitgebreider ga ik in hetzelfde stuk in over adaptief onderwijs. Dit is te lezen op de pagina bewijs Onderwijsconcepten. Voor leerpraktijk heb ik samen met 3 klasgenoten onderzoek gedaan over Ontwikkelingsgericht Onderwijs.


Ik ken werkwijzen om leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen vast te stellen en observatiemodellen
Als leerkracht ben je verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen. Deze ontwikkeling volg ik door verschillende werkwijzen toe te passen om dit vast te stellen. Op de pagina Bewijs werkwijzen leerprocessen vast stellen toon ik mijn kennis aan over verschillen werkwijzen als gesprek voeren, observeren, onderzoek doen, toetsen en video-interactie. Ik heb zelf enige ervaring met observeren, dit heb ik gedaan op de OGO school de Mijlpaal. Op de pagina Observatiemodel OGO beschrijf ik hoe er in het OGO geobserveerd met verschillende observatiemodellen.

 

Ik heb kennis van taalverwervingsprocessen
Kinderen doorlopen dezelfde fasen wat betreft taalverwerving. Dit zijn de prelinguale fase, de vroeglinguale fase, differentiatiefase en het aanpassen. Wat zij ontwikkelin in elke fase beschrijf ik op de pagina bewijs taalverwerving. Hiermee toon ik mijn kennis van taalverwervingsprocessen aan.

 

Niveau 2

De student kent de leerinhouden en leerlijnen van de vak- en vormingsgebieden zoals beschreven in de kern- en tussendoelen voor drie aaneengesloten leerjaren. De student heeft kennis van ontwerpen van onderwijs, didactieken en didactische leermiddelen. De student kent verschillende theorieën over hoe kinderen leren, hoe hun ontwikkeling verloopt en welke leerproblemen zich voor kunnen doen. De student kent verschillende opvattingen over het vaststellen van (doorgaande) leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen. De student kent de invloed van taalbeheersing en taalverwerving op het leren van kinderen.

 

Ik ken de leerinhouden en leerlijnen van de vak-en vormingsgebieden voor drie aaneengesloten jaren
De leerinhouden en leerlijnen van alle vak- en vormingsgebieden staan beschreven op de http://tule.slo.nl/, Door de informatie op deze site te bestuderen ken ik de inhouden zoals beschreven in de kern- en tussendoelen voor drie aaneengesloten jaren. Wanneer ik een lesvoorbereid gebruik ik deze website om ervoor te zorgen dat ik op de goede manier werk aan een kern- of tussendoel van het primair onderwijs.


Ik heb kennis van ontwerpen van onderwijs, didactieken en didactische leermiddelen
Er zijn veel verschillende didactieken en onderwijsvormen die je als docent kunt volgen. De verschillende vormen heb ik beschreven nadat ik hierover gelezen had in Meer dan Onderwijs. In de praktijk pas ik de didactische analyse van Van Gelder veel toe, dit doe ik vooral wanneer ik mijn lessen voorbereid. Daarbij werk ik ook regelmatig met het direct activerende instructiemodel. Hoe dit precies werkt heb ik beschreven op de pagina Bewijs didactieken. Ook komt cooperatief leren, PGL, EGO, OGO en adaptief onderwijs aan bod.

Bij de verschillende onderwijsvormen en didactieken passen verschillende vormen van ontwerpen van onderwijs. Hier heb ik een college pedagogiek door Miriam Klamer over gevolgd. De verschillende vormen van onderwijs ontwerpen die wij toen behandeld hebben heb ik verwerkt in een verslag. Dit is te lezen op de pagina Bewijs onderwijs ontwerpen. Tijdens de les heb ik zelf met het ontwerpschema van OGO onderwijs ontworpen voor het thema lente. Dit onderwerpschema wat ik gemaakt heb is te zien op de pagina Bewijs Ontwerpschema OGO.

 

Ik ken verschillende theorieën over hoe kinderen leren en hoe hun ontwikkeling verloopt
Er zijn verschillende opvattingen over de manier waarop kinderen leren en hoe je daar als docent op in kunt spelen. Het is bijvoorbeeld belangrijk om in te spelen om de verschillende leerstijlen. Op de pagina bewijs leertheorieën toon ik mijn kennis over het ontwikkelingsniveau en leren van kinderen aan. De verschillende leerstijlen en theorieën en het hoe het leerproces werkt beschrijf ik op de pagina bewijs leerprocessen. Dan blijft de vraag, hoe leren kinderen dan precies? Hoe komen mensen aan kennis? Er zijn verschillende leerpsychologische stromingen ontstaan die allen hun eigen antwoord op deze vraag geven. De opvattingen behavoirisme, humanisme, de russiche leerpsycholgoie en het sociaalconstructievisme beschrijf ik op de pagina bewijs leerpsychologie.

 

Ik ken verschillende opvattingen over het vaststellen van leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen
Bij niveau 1 heb ik mijn kennis over het vaststellen van leer- en ontwikkelingsprocesen van kinderen aangetoond op de pagina bewijs werkwijzen leerprocessen vaststellen. Daaruit blijkt dat er verschillende manier zijn om dit te doen. Logischerwijs zijn er dus ook verschillende opvattingen over de werkwijzen. De voornaamse discussie gaat over of het toetsen niet te eenzijdig is. Zo heeft Kagan bijvoorbeeld een Breinkaart en meervoudige intelligentietest ontwikkeld. Zij vindt dat een kind om verschillende manieren intelligent kan zijn. In het boek Meer dan onderwijs wordt de onzin van toetsen van jonge kinderen beschreven in een artikel. Dit artikel is te lezen op de pagina bewijs opvatting spelen beter dan testen. Vanuit de overheid wordt echter veel waarde gehecht aan het meten van het IQ en zal in de toekomst de cito eindtoets voor iedere basisschool verplicht worden gesteld. Deze informatie haal ik uit een artikel van De Volkskrant, dat te lezen is op de pagina bewijs Opvatting toetsen overheid. Met deze tegenstellingen laat ik zien dat ik verschillende opvattingen ken over dit onderwerp.

 

Ik ken de invloed van taalbeheersing en taalverwerving op het leren van kinderen
Overal in het onderwijs is taal. Een goede taalbeheersing helpt bij het leren. Tijdens de eerste levensjaren van een kind wordt de basis van taalbeheersing gelegd. Wanneer er sprake is van een goede taalverwerving in de eerste jaren is er meer kans om zijn taalniveau in latere jaren tot een hoog niveau te brengen. Echter als de basis niet voldoende is, bijvoorbeeld door meertaligheid hoeft dit niet direct tot een leerachterstand te leiden. Hoe dit voorkomen kan worden beschrijf ik op de pagina Bewijs invloed taalbeheersing op leren.

 

Niveau 3

De student kent de leerinhouden en leerlijnen van de vak- en vormingsgebieden zoals beschreven in de kern- en tussendoelen voor het primair onderwijs. De student heeft kennis van op maat ontwerpen van onderwijs, didactieken en didactische leermiddelen. De student heeft praktische kennis van veel voorkomende ontwikkelings- en leerstoornissen van het jonge of oudere kind en weet waar hij eventueel hulp kan vinden in en buiten de school. De student heeft kennis van het schoolbeleid ten aanzien van het volgen van (doorgaande) leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen. De student kent verschillende methoden om taalontwikkeling te stimuleren.

 

Ik ken de leerinhouden en leerlijnen van de vak- en vormingsgebieden voor het primair onderwijs
De leerinhouden en leerlijnen van alle vak- en vormingsgebieden staan beschreven op de http://tule.slo.nl/, Door de informatie op deze site te bestuderen ken ik de inhouden zoals beschreven in de kern- en tussendoelen in het primair onderwijs. Hierdoor heb ik een duidelijk beeld van de leerlijnen van het primair onderwijs. Wanneer ik een les voorbereid gebruik ik deze website om ervoor te zorgen dat ik op de goede manier werk aan een kern- of tussendoel van het primair onderwijs.


Ik heb kennis van op maat ontwerpen van onderwijs, didactieken en didactische leermiddelen
Er zijn veel verschillende didactieken en onderwijsvormen die je als docent kunt volgen. De verschillende vormen heb ik beschreven nadat ik hierover gelezen had in Meer dan Onderwijs. In de praktijk pas ik de didactische analyse van Van Gelder veel toe, dit doe ik vooral wanneer ik mijn lessen voorbereid. Daarbij werk ik ook regelmatig met het direct activerende instructiemodel. Hoe dit precies werkt heb ik beschreven op de pagina Bewijs didactieken. Ook komt cooperatief leren, PGL, EGO, OGO en adaptief onderwijs aan bod. Hiermee heb ik niveau 2 ook bewezen, echter blijkt dat de laatste genoemde vormen geschikt zijn voo het op maat ontwerpen van onderwijs.

 

Bij de verschillende onderwijsvormen en didactieken passen verschillende vormen van ontwerpen van onderwijs. Hier heb ik een college pedagogiek door Miriam Klamer over gevolgd. De verschillende vormen van onderwijs ontwerpen die wij toen behandeld hebben heb ik verwerkt in een verslag. Dit is te lezen op de pagina Bewijs onderwijs ontwerpen. Dit heb ik als bewijs voor niveau 2 gebruikt. Echter blijkt dat de verschillende modellen zoals het BHV-model uitermate geschikt zijn om onderwijs op maat te ontwerpen.

 

Ik heb praktische kennis van veel voorkomende ontwikkelings- en leerstoornissen van het jonge of oudere kind
In het regulier onderwijs kom je regelmatig kinderen tegen met een ontwikkelings- en/of leerstoornis. Met het opkomende passend onderwijs zal dit in de toekomst zeker niet minder worden. Dat vraagt van de docent kennis over de stoornis en vaardigheden om er mee om te gaan. Tijdens mijn eindstage voor de ALO had ik een leerlingen met Asperger, omdat ik incidenten wilde voorkomen heb ik mij verdiept in deze stoornis en kon ik mijn lessen op hem aanpassen. Zo liet ik hem bijvoorbeeld altijd na de les helpen opruimen (structuur, routine) en kon hij rustig schakelen van gymles naar de andere lessen. Ook voorkom ik hier incidenten in de kleedkamer mee. Mijn kennis over deze en andere stoornissen is te lezen op de pagina's bewijs ADHD, bewijs PDD-NOS, bewijs Dyslexie, Bewijs NLD, Bewijs Asperger, Bewijs MCDD, Bewijs ODD-CD, Bewijs DCD, Bewijs Dyscalculie. Ik weet welk gedrag er bij de verschillende stoornissen voorkomt en waar ik als docent op moet letten. Wanneer ik een kind met een stoornis in de klas heb zal ik mij altijd verdiepen in het specifieke kind, omdat niet elk kind met een stoornis zich hetzelfde gedraagt. Er zijn een aantal kenmerken van ontwikkelingsstoornissen in het algemeen, deze staan beschreven op de pagina Bewijs Ontwikkelingsstoornis. Door mijn betrokkenheid en open houding kan ik er goed achterkomen wat dat specifieke kind nodig heeft om optimaal te kunnen ontwikkelen. Ik kan het onderwijs afstemmen op het individu en dus ook op leerlingen die een ontwikkelings- en/of leerstoornis hebben.
 

Ik heb kennis van het schoolbeleid ten aanzien van het volgen van leer- en ontwikkelingsprocessen van kinderen
Op mijn werk werken wij met het volgsysteem trajectplanner, hierin worden alle toetsresultaten en informatie over de leerlingen bewaard. Wanneer er iets bijzonders is met de leerling kan ik dat daar vinden. Ook is er een Zorg- en Adviesteam in het ROC, deze is er om leerlingen te helpen die te veel problemen hebben om alleen door de SLB-er geholpen te worden. Op de Joop Westerweelschool is er een zorgteam en een zorgplan opgesteld voor het volgen van de leerlingen. Naast de acties voor leerlingen die extra zorg nodig hebben staat er ook beschreven wat de leerkracht doet om leerlingen te volgen en dit allemaal bij gehouden wordt. Dit is te lezen op de pagina bewijs schoolbeleid leerprocessen volgen.

 

Ik ken verschillende methoden om taalontwikkeling te stimuleren
Taal is ontzettend belangrijk, zo niet essentieel voor de voortgang van hun schoolcarrière. Het is belangrijk om al op jonge leeftijd de taalontwikkeling te stimuleren bij kinderen. Dit kan bijvoorbeeld door interactief voor te lezen en spelletjes zoals memorie en 'doen alsof' te spelen met het kind. Andere voorbeelden van hoe je taalontwikkeling kan stimuleren staan beschreven op de pagina bewijs taalontwikkeling stimuleren. Omdat het zo belangrijk is dat dit op gang komt zijn er ook speciale taalmethoden ontwikkeld om de taalontwikkeilng bij jonge kinderen te stimuleren, zoals Kaleidoscoop, Piramide en de Schatkist. Hoe deze methodes tot stand zijn gekomen en welke methodes er nog meer zijn, ook voor oudere kinderen is te lezen op de pagina bewijs taalontwikkeling methoden.