Joycehidding.jouwweb.nl
Home » Bewijs Verslag Stagebezoek Jacqueline Bieger

Bewijs Verslag Stagebezoek Jacqueline Bieger

Verslag bezoek Jacqueline Bieger                                                                   19-10-2010

Op 19 oktober 2010 is Jacqueline Bieger, de opleider van de AWBR langs geweest bij de stageschool. Zij heeft een les van mij bekeken. De afspraak is van te voren gepland en zij heeft vooraf de lesvoorbereiding ontvangen.

Ik heb een taalles gegeven waarbij veranderingen bij woorden in het meervoud heb behandeld. Dit ging om de volgende veranderingen: 

  • Tak – takken (korte klank = een dubbele medeklinker) 
  • Aap – apen (lange klank = klinker minder) 

Deze opdracht was aan mij gegeven door de stagedocent. Vooraf hadden de leerlingen hier wel eens mee gewerkt, namelijk dat er een klinker weggaat (letterdief). Ik heb een werkblad gemaakt waarbij de leerlingen deze regels toe pasten.  

 

Van te voren was al een beetje onzeker over de les. Ik had me naar mijn idee goed voorbereid, maar was toch wel zeer benieuwd of de leerlingen de regels zouden begrijpen. Ik verwachtte wel dat ze het konden toepassen, omdat veel leerlingen het nu al goed opschrijven zonder na te denken waarom je een woord zo moet schrijven. Ik was vooral onzeker over of het wel duidelijk genoeg was voor de leerlingen die moeite met taal hebben. Toch had ik wel zin in de les en wilde ervaren, en om zo te leren of deze aanpak werkte.  

 

Hoe verliep de les? 
De les startte om 09.10. De leerlingen had ik allemaal het werkblad uitgedeeld. Ik vertelde dat we de eerste pagina samen zouden doen. Ik begon met de vraag ‘ wat zijn medeklinkers?’.
Mehmet wist niet wat een medeklinker was. Ik vroeg of iemand hem kon helpen. Een andere leerlingen wist wel een medeklinker en zo heb ik meerdere leerlingen medeklinkers laten opnoemen. Toen heb ik wederom aan M. gevraagd of hij nu een medeklinker wist. Hij noemde de ‘i’. Dit vond ik erg lastig, omdat ik het niet was gelukt hem te helpen en hij nu weer het antwoord niet wist. Ik ben verder gegaan met de les. 

 

Daarna hebben we de klinkers behandeld. Dit heb ik wederom aan verschillende leerlingen gevraagd. Daarna heb ik korte en lange klanken behandeld. Ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat aa een lange klank is en a een korte klank. Hierbij heb de kinderen de woorden van het werkblad laten voorlezen. Ook heb ik meegeschreven op het digibord. 
Daarna hebben dit genoemd als klankgroepen (bij meervoud) en wederom lange en korte klanken. Hierbij heb de regel laten zien dat er iets veranderd bij het meervoud. Ik heb telkens aan kinderen gevraagd wat er gebeurde. Echter had ik gevoel dat het nog niet helemaal geland was bij een aantal leerlingen.  

 

Om 09.30 zijn zij aan de slag gegaan met de opdrachten. Deze werden redelijk gemaakt.
Ze werkten ijverig en ik heb rond gelopen om leerlingen te ondersteunen. Daar was ik tevreden over. 
Aan het eind heb ik nog even kort geëvalueerd. Ik heb gevraagd wie het moeilijk vond. Er gingen een aantal vingers omhoog. Toen heb ik ook aangegeven dat het ingewikkeld was. Ook heb ik aan 2 leerlingen gevraagd om nog eens 2 woorden (een lange en een korte klank) te spellen. Dit deden zij goed. De les was klaar om 09.50 uur. 

 

Evaluatie 
Toen de les klaar was ben ik met Jacqueline in een ruimte gaan zitten om de les te bespreken. Ik had niet zo’n goed gevoel over de les. Ik vertelde haar dat ik ontevreden was over het aanbieden van de stof. Ik had zelf het idee dat de spellingsregel(s) niet aangekomen waren bij te veel leerlingen. Hierdoor was mijn doel niet bereikt.  
Jacqueline was het hiermee eens en we hebben manier besproken hoe ik de volgende keer zou aanpakken. Ik gaf de volgende suggestie: een volgende keer zou ik eerst woorden op het bord hebben staan. De opdracht zou zijn voor de leerlingen om deze te categoriseren. Wanneer de klassikaal gedaan hebben zou dan de leerlingen laten zoeken naar de regel. Wat gebeurt er bij deze woorden? Zie je gelijkenissen? Jacqueline vond dit een veel betere aanpak dat zoals ik het nu had gedaan. Zo zou ik ook  meer gebruik maken van de mogelijkheden van het digibord en zou het minder abstract zijn voor de leerlingen. 

 

Daarnaast hebben gesproken over het feit dat het nu verwarrend was omdat niet voor 1 methode had gekozen, maar eigenlijk een beetje van alles heb gedaan. Hierdoor was er geen duidelijke manier voor de leerlingen. Ik het vervolg zou ik mij beter moeten informeren over de manier waarop de school die aanbied. Er zijn namelijk veel verschillende manieren voor.  
Zo kan ik ook beter aansluiten op de beginsituatie. Hier was ik het ook mee eens. Ik kwam tot de conclusie dat de opdracht eigenlijk heel moeilijk was, Jacqueline vertelde ook dat het een van de moeilijkste spellingsregels was om te behandelen. Wellicht had ik dat een onderschat. Ik moet mijzelf ontwikkelen om meer vanuit het kind te denken en niet alleen vanuit theorie. 

 

Een ander voorbeeld wat zij noemde was het volgende: ik zei op een bepaald moment dat ik een moeilijke vraag had ‘… en die stel ik aan…’. Hiermee activeerde ik de groep niet, maar alleen de leerlingen aan wie de vraag gericht was. De bedoeling was goed, een ‘moeilijke’ vraag stellen, echter heeft het zo niet het gewenste effect.  
Aan het einde van de uitleg vond het ze het goed dat ik nog even controleerde of de regel duidelijk was door een leerling nog een woord te laten spellen. Ze gaf nog als tip dat ik dit ook aan de leerlingen mocht duidelijk maken. Bijvoorbeeld: ik stel jullie nog een vraag om nog even te kijken of jullie het begrepen hebben. 

Jacqueline wilde het ook graag hebben over een leerling M. Zij had waargenomen dat hij moeite met de stof had. Ook had ze gezien in mijn lesvoorbereiding dat hier van te voren over na had gedacht en dat ik ook wilde differentiëren. Echter was dat niet gelukt tijdens de les. Ze vroeg mij hoe de situatie was gegaan en wat ik had gedaan (zie verloop les). Ik vertelde dat ik dat ook vervelend vond, dat hij niet antwoord wist, ook niet nadat we het klassikaal behandeld hadden. Zij zag dat ik hem probeerde te helpen, maar dat ik niet daarvoor niet de juiste keuze had gemaakt. Door deze manier heb ik namelijk niet geholpen, eerder tegenovergesteld.  

Zij noemde dat het een volgende keer belangrijk is dat ik aangeef dat het niet erg is wanneer hij het antwoord niet weet. Aangeven dat het ook nog moeilijk is.  

We hebben gesproken over hoe ik hem wel kon helpen. 

Ik noemde dat ik meende dat hij heel erg op zoek was naar bevestiging. Hij komt tijdens de les ook altijd heel vaak naar mij toe met vragen. Vaak weet hij dan al vrij snel wat hij moet doen, maar toch vraagt hij dit meerdere keren. Zij vroeg mij wat ik daar aan zou kunnen doen. Toen heb ik genoemd om een kaart voor hem te maken met hulpsteuntjes. Dit vond zij een prima idee. Zij noemde dat hij structuur nodig had en dat er voor hem dus een leerhulp in de vorm van een hulp kaart gemaakt kon worden.  

Daarnaast noemde ik de suggestie om nog langer instructie te geven om de regeltjes nog even extra te herhalen op zijn tempo. Een verlengde instructie geven, vond Jacqueline ook zeer nuttig. We hebben besproken dat ik dat aan de stagedocent daar ook ruimte voor moet vragen (er is namelijk geen echte instructietafel in de klas). Jacqueline vertelde dat dit te maken heeft met klassenmanagement en dat deze manier zeker kon gebruiken.
Ik zou dit gaan bespreken met de stagedocent. 

 

Er waren ook zaken die zij goed vond gaan. Ik stond goed voor de klas, zelfverzekerd als een juf. Ik had de juiste houding voor de groep.  Ze vroeg mij wat ik zelf goed vond gaan. Ik noemde het enthousiasme van de leerlingen. Iedereen deed goed mee, was betrokken bij de les. Zij vroeg mij wat ik dan deed waardoor dit zo was. Ik meende dat ik leerlingen goed kon stimuleren. Jacqueline vroeg door: ‘hoe doe je dat dan?’ Ik noemde dat ik goed mijn lichaamstaal gebruikte en vooral mijn mimiek. Ik lach veel naar leerlingen en verander mijn uitdrukkingen wanneer leerlingen het goed doen, nog even nog keer mogen denken enz.  

Zij had dit ook zo ervaren. Het meest opvallende wat zij zag was dat ik goed contact maakte met de leerlingen, vooral individueel.
Tijdens het rondlopen heb ik leerlingen individueel geholpen en hierbij zag zijn mijn positieve houding en de reactie van de leerlingen.
Dit heeft zij gekoppeld aan de competentie 1. Interpersoonlijk competentie. De student kan een veilige relatie aan gaan met kinderen is sensitief en responsief. Dit kwam voor mij niet als een verassing. Ik vind mijn interactie met leerlingen ook een van mijn sterke kanten als docent.Het was wel prettig om te horen dat zij dit ook daadwerkelijk heeft waargenomen tijdens die ene les, ondanks dat de les dus eigenlijk niet lekker liep. Ook vroeg zij welke gesprekstechnieken ik toepas. Ik vertelde dat ik veel vragen stel en gebruik maak van actief luisteren.

 

Een ontwikkelpunt op dat gebied is om ook met de hele klas hetzelfde contact te maken. Ik heb wel contact met ze, ze doen mee en luisteren goed, maar bijvoorbeeld de situatie Mehmet hoort ook bij sensitief en responsief zijn. Ook klassikaal kan ik nog meer een veilige sfeer creëren door dan aan te geven dat hij niets verkeerd heeft gedaan. 

Ook kon ik bij de evaluatie explicieter aangeven dat ik tevreden was over het werk van de leerlingen. ‘Ik zag tijdens het rondlopen dat iedereen goed aan het werk was. Een aantal deed het heel goed en bij een aantal zag ik dat het nog moeilijk was.’ 

 

Advies voor komende stageperiode 
Jacqueline adviseerde mij om de komende tijd nogmaals een soortgelijke les te geven en dan dit op de andere manier aan te passen (zoals besproken, met het digibord). Zo is het actiever voor de leerlingen en oefen ik om meer vanuit het kind en de basiskennis van hun te denken. 

 

Mijn opdracht is om te werken aan de didactiek. Ik moet vooral moeilijke lessen geven, waarbij het differentiëren ook nodig is.  

 

Jacqueline meende dat ik door mijn eigen achtergrond al competenties bezit op het gebied van pedagogiek. Ik kan goed contact maken de leerlingen, kan orde houden, kan instructie geven en een les draaien. Dit kan natuurlijk nog verfijnd worden, maar zij vond dat mijn aandacht nu dus vooral op de didactiek, op de inhoud en de manieren van aanbieden moest liggen. Ik was hier volledig mee eens. Ik zie dit als een uitdaging en vind het ook leuk om mezelf uit te dagen. 

 

Hoe heb ik het bezoek ervaren? 
Ik vond deze dag te meest leerzame tot nu toe. Eigenlijk heb ik de minst goede les gegeven, dit heeft mijn stagedocent ook met Jacqueline besproken. Toch was dit juist goed, de andere lessen gingen vrij soepen en er waren op/aanmerkingen van mijn stagedocent. 

Nu heb ik ervaren wanneer een les niet lekker loopt en heb duidelijke punten die minder gingen en waar ik aan kan werken.
Nu ben uitgedaagd om daarmee aan de slag te gaan.  

Dit heb ik ook meteen gedaan. 

 

Herkansing: les verkleinwoorden 

Ik heb in overleg met mijn stagedocent in de middag nog een taalles gegeven (wat ik al eerder voorbereid had, maar toen door omstandigheden niet kon geven). Dit ging over verkleinwoorden. Tijdens de middag bedacht ik nu meteen kon oefenen met het digibord en mijn instructie actiever kon maken, dan dit ik hem had voorbereid.

Ik heb in de pauze gepuzzeld met het digibord en had een woordveld gemaakt met verschillende woorden. De veranderingen –je, -tje en –pje had ik in een gekleurd vierkant gezet.
Tijdens de instructie ging ik nu samen met de leerlingen de woorden verbinden met de juiste verandering om de woorden te verkleinen: 

 

 

Deze manier van introductie van het onderwerp werkte erg goed. De leerlingen waren allemaal erg enthousiast.
Dit was bedoeld als herhaling, de leerlingen hebben al eerder een les met verkleinwoorden gedaan.

De leerlingen kregen zelf een werkblad waarbij ze andere woorden in de juiste kolom moesten plaatsen. Hier had ook een voorbeeld van gemaakt op het digibord.
Zo was mijn instructie heel interactief en heb was de opdracht heel duidelijk voor de leerlingen.

Op deze manier was iedereen betrokken en was de les een succes.

Door meteen deze manier te oefenen is mijn dag helemaal geslaagd. De les ging niet helemaal top, maar ik heb er veel van geleerd en nu ook ervaren dat ik het ook anders kan. Nu ik dat heb ervaren zal ik bij de volgende lessen ook andere keuzes maken.