Joycehidding.jouwweb.nl
Home » Bewijs Cultuurbepaalde communicatie

Bewijs Cultuurbepaalde communicatie

Het boek Cultuurbepaalde communicatie geschreven door Youssef Azghari gaat over hoe je de dialoog met de ander kunt verbeteren. Het start vanuit de hypothese dat de westerse en oosterse culturen vanuit hun filosofische of religieuze kernwaarden bijdragen aan een actieve of passieve houding van hun cultuurdragers. Deze houding wordt beïnvloed door het belang dat men hecht aan de inhoud of vorm van de boodschap. Aan deze houding ligt een aantal cultuurverschillen ten grondslag. Om dit te onderzoeken stellen we ons onder meer de volgende drie levensvragen:

 

1. Waarin geloven wij?

2. Hoe willen wel met elkaar omgaan?

3. Wat zijn de doelen die we willen bereiken?

 

Centraal in het boek staat de wijze waarop oosterse en westerse culturen van invloed zijn op onze kijk op de wereld en ons gedrag in de communicatie met de ander

Het boek geeft de volgende definitie aan het begrip cultuurbepaalde communicatie: ‘Alle communicatie, waarbij cultuurverschillen op het gebied van waarden en belangen een rol (kunnen) spelen tussen minimaal twee gesprekspartners.’

 

In de westerse cultuur communiceert op een manier waarbij het individu centraal staat, in het algemeen op expliciete wijze. Daarbij is de inhoud belangrijk dan de vorm van de boodschap. In de niet-westerse cultuur ligt dat anders. Men prefereert de impliciete communicatie, er heerst een wij-cultuur, waarbij de vorm van de boodschap belangrijker is dan de inhoud. In de Nederlandse cultuur staat het welzijn van het individu voorop en Nederlanders staan bekend als recht voor zijn raap.

Onderzoek Geert Hofstede

Aan de hand van een vragenlijst aan IBM-personeel uit 64 landen heeft Geert Hofstede scores gemeten en vergelijkingen gemaakt tussen landen op een aantal cultuurdimensies:

  1. Machtsafstand: Wanneer ongelijkheid tussen mensen als vanzelfsprekend wordt ervaren heersen er culturen met een grote machtsafstand. Wanneer men streeft naar gelijkheid tussen mensen, heersen er culturen met kleine machtsafstand.

  2. Individualisme versus collectivisme: In een individualistische cultuur hebben mensen die elkaar ontmoeten behoefte aan verbale communicatie. Stilte wordt als abnormaal beschouwd. In een collectivistische cultuur is het samenzijn zelf emotioneel bevredigend. Men voelt zich niet verplicht iets te zeggen tenzij er informatie overgebracht moet worden.

  3. Masculiniteit-feminiteit: De mate van masculiniteit of feminiteit wordt in een cultuur bepaald door de manier waarop men over het algemeen vrouwelijke eigenschappen, zoals zorg en bescheidenheid en de mannelijk eigenschappen, zoals assertiviteit en competitie, waardeert.

  4. Onzekerheidsvermijding: In een cultuur met sterke onzekerheidsvermijding streeft men naar uniformiteit. Men is ook bang voor afwijking van formele (geschreven) regels. In een cultuur met een zwakke onzekerheidsvermijding streeft men juist naar diversiteit. Daar heeft men een afkeer van formele regels.

  5. Lange versus korte termijn oriëntatie: De verschillen tussen korte en lange termijn gerichtheid liggen op de gebieden van ‘vasthouden aan tradities en snel resultaten boeken’ (korte termijn) versus ‘bereidheid tot modernisering en werken aan resultaten in de toekomst’ (lange termijn).

Het leren intercultureel communiceren doorloopt volgens Hofstede drie fasen:

1. Bewustwording van je eigen gedrag (normen en waarden).

2. Kennis opdoen over de ander (verzamelen kennis en verschillen begrijpen).

3. Vaardigheden ontwikkelen die behalve op bewustwording en kennis ook op ervaring met de ander berusten (herkennen situaties en beter omgaan met andersdenkenden).

 

Onderzoek Azghari
In het boek worden de resultaten van een onderzoek naar het verbeteren van de interculturele communicatie. In het onderzoek is de vraag gesteld wat de sleutel is tot betere communicatie. De vraag is gesteld aan voltijd studenten van Communication & Multimedia Design en aan studenten van de deeltijd Academie voor Sociale studies.

Uit het onderzoek bleek dat er vier hoofdcategorieën gemaakt konden worden aan de hand van de waarden het meest voorkomende antwoord waren. De auteur beschrijft echter nog 3 andere waarden, omdat deze onontbeerlijk zijn voor het voeren en begrijpen van communicatie volgens de auteur.

  1. Respect en begrip: er wordt voorzichtig geconcludeerd dat passieve culturen vrouwelijke eigenschappen, zoals respect, extra waarderen en actieve culturen de mannelijke eigenschapen, zoals begrip.

  2. Luisteren en kennis versus interesse en openheid: de waarden luisteren, interesse en openheid spelen zich af op 2 niveaus: de inhoud en op de relatie. In een passieve cultuur is het ondenkbaar dat politici eerst een heftig debat hebben en daarna gezellig een kopje koffie gaan drinken. In Nederland komt dat vaak voor. In een passieve cultuur maak je geen onderscheid in gesprekken over zaken of privé.

    Wat betreft kennis is het zo dat in Aziatische culturen, onder invloed van boeddhistische leer, is het ultieme doel om je ego te ontstijgen om zo één te kunnen zijn met de natuur of de kosmos. Alleen zo kan de nirwana (bevrijding) bereikt worden. In de islamitische cultuur is opofferingsgezindheid voor de familie, clan of het ideaal veel groter dan in westerse culturen. De zorg voor de familie wordt bijna als religieuze plicht gezien.

    In oosterse culturen moet kennis niet slechts leiden tot individuele zelfverrijking, maar vooral ten dienste staan van het algemene of hogere belang. In westerse culturen is kennis juist nodige om zoveel mogelijk de eigen emancipatie, de bevrijding van het individu te bewerkstelligen.

  3. Vertrouwen en eerlijkheid: wat betreft deze waarden zijn verschillen in de opvoeding van westerse en niet-westerse culturen. In de Nederlandse cultuur wordt geleerd een vreemdeling vertrouwen te geven, als het geschaad wordt ontstaat er wantrouwen. In de Marokkaanse cultuur wordt geleerd een vreemdeling te wantrouwen, pas wanneer hij/zij het vertrouwen wint verdient hij het blinde vertrouwen. Kinderen leren ook al vroeg de ouders te respecteren, terwijl Nederlandse kinderen kritisch en onderhandelend worden opgevoed.

    Eerlijkheid is een universele waarde die in alle culturen als grote deugd wordt beschouwd. Daarentegen wordt eerlijkheid in de oosterse culturen totaal niet gewenst als daarmee en persoon wordt gekwetst of in zijn of haar eer wordt aangetast. Er heerst de regel: ‘Wat niet weet, wat niet deert.’ Dit staat haaks op de filosofie van westerse culturen waarin taboes als homoseksualiteit doorbroken worden.

  4. Taal en acceptatie: In een passieve cultuur volgt acceptatie pas als je zegt en doet wat algemeen geaccepteerd is in de dominante cultuur. In een actieve cultuur waardeert men juist dat vreemdelingen bruggen slaan tussen hun eigen cultuur en nieuwe cultuur.

  5. Empathie en duidelijkheid: In een passieve cultuur heerst bescheidenheid, soms zelfs nederigheid, respect tegenover ouderen en mensen met macht, status en geld. In de actieve cultuur zijn deze waarden ondergeschikt aan het principe van gelijkheid.

  6. Oogcontact en tolerantie: In de westerse cultuur is het bot om iemand niet aan te kijken, terwijl dit in de oosterse cultuur juist andersom is. Het is onbeleefd om een autoriteit, zoals een vader, docent of superieur rechtstreeks in de ogen te kijken. Als het een beetje gebeurt dient men het hoofd altijd iets voorovergebogen te houden. In veel oosterse culturen is dit ook de begroetingsvorm, zoals in Japan.

  7. Geduld en humor: Geduld is in bijna alle culturen een schone zaak, maar wordt op verschillende wijze tot uiting gebracht. In de islam legt men het lot in handen van een autoriteit, zoals God. Alles wordt daarom bijna uitgesteld. In actieve culturen wordt geduld als een hindernis gezien, omdat men liever niet zaken uitstelt.

    Humor is een universele waarde die men in alle culturen prijst. Humor is cultuurbepaald, wat de ene cultuur verstaat als humor wordt in de andere cultuur als een belediging gezien.

Na de bestudering van het boek ben ik mij meer bewuster van de culturele kenmerken en de daarbij horende gedragingen. Dit helpt mij om kinderen die opgevoed door ouders van een andere cultuur beter te begrijpen. Daarbij zal ik het gedrag van de ouders ook beter kunnen begrijpen.