Joycehidding.jouwweb.nl
Home » 01-11-2010 Competentiebeschrijving 1. Kennis

01-11-2010 Competentiebeschrijving Kennis

Niveau 1

De student kent de theorie van de basiscommunicatie.
De student heeft kennis van basale (inter)culturele omgangsvormen.
De student kent de kenmerken van een aantal leiderschapsstijlen.

 

Leiderschapsstijlen

De stijl van leiding geven is van grote invloed op de mate waarin kinderen of collega’s zich gerespecteerd voelen, mede verantwoordelijkheid willen dragen, mee gaan zoeken naar oplossingen enzovoorts. Er zijn stijlen van leidinggeven die dit bevorderen en stijlen die dit ontmoedigen. Iedere leidinggevende heeft een stijl van leiding geven, een stijl die haar/hem het meeste aantrekt. Het hebben van inzicht in de eigen stijl van leiding geven is niet alleen van belang om het effect van het eigen functioneren op het gedrag van anderen te evalueren, maar ook om van stijl te kunnen veranderen.Door mijn kennis over leiderschapsstijlen ben ik mij bewust van mijn lesgeefgedrag en de invloed daarvan op de groep. Tijdens mijn stages voor de ALO had ik in een begin een meer autoritaire stijl van lesgeven. Ik werkte heel doelgericht en was veel bezig met het succes van mijn les en om het lesdoel te bereiken dat met de sfeer in de groep. Ik gaf veel docent gestuurd les en vrijwel niet gezamenlijk gestuurd.


Op ALO heb ik geleerd over de verschillende stijlen van lesgeven en over communicatie. Hierdoor is mijn lesgeefgedrag veranderd.
Dit gebeurde vooral nadat ik kennis had over de theorie van de Roos van Leary. Ik realiseerde mij dat ik Boven-Tegen gedrag kon vertonen naar mijn leerlingen. Zo gaf een test destijds gemaakt ook aan. Ik zat vooral op het Boven-Tegen en Tegen-Boven. Daar was ik niet verbaasd over, ik ben altijd een zelfstandig type geweest en kan streng overkomen. Ook tijdens mijn eerste stages bleek dat ik geen moeite had met orgde houden en zou je kunnen zeggen dat ik vrij autoritair les gaf, vooral taakgericht. Een voordeel daarvan was dat de klassen naar mij luisterde, omdat ik zo dominant was en de lessen gestructureerd verliepen. Iemand die leiding/les wil geven, zal ook boven gedrag moeten vertonen om onder gedrag te vragen van de leerlingen. Ik zag het ook als een positief dat ik dat dus van nature had.

 

Van Boven-Tegen en Tegen-Boven naar Boven-Samen en Samen-Boven

Deze dominantie kan er ook voor zorgen, zoals de theorie implicieert dat leerlingen ook Onder-Tegen gedrag (opstandig gedrag) kunnen vertonen en daardoor kun je een strijd krijgen met je klas. Dit heb ik bij een klas op de middelbare school toen ook in de stage ervaren. Ze waren erg opstandig en is was vaak boos tijdens de les. Ik vond het ook niet leuk om aan deze klas les te geven. Ik kreeg het gevoel dat zij mij zagen als de chagrijnige strenge juf. Dit wilde ik absoluut niet. Ik vind mezelf ook geen Tegen persoon en ik heb daarna geprobeerd om meer een eigen stijl te ontwikkelen. Een stijl die mij past en die meer gericht is op de sfeer in de groep en die vraagt om positief gedrag van de leerlingen.

Deze ervaringen heb ik bij een reflectieopdracht over wederszijdse gedragsbeinvloeding voor de ALO op papier gezet.
Hieruit blijkt dat ik mijn gedrag wilde veranderen. Tijdens de stage koos ik toen ook voor een andere aanpak met de lastige klas. We hebben samen een contract gemaakt en afspraken en ik heb als lesdoel bijvoorbeeld gesteld om minstens 10 complimenten geven.Hier reageerden de leerlingen heel goed op en langzamerhand gingen de lessen veel beter en was een betere relatie tussen mij en de groep. Nu zie ik mijzelf als een hele andere docent als toen. Ik verwacht dat ik nu ook anders zou scoren op de test van de Roos van Leary. Deze test heb ik dus ook gedaan om te kijken of het klopt. Klik hier voor het resultaat.

 Het patroon laat duidelijk een verschuiving zien. Natuurlijk scoor ik nog steeds een beetje in de Tegen kant, dat zit ook in mijn persoonlijkheid. De hoogste scores zijn nu wel duidelijk in het Samen gedeelte. Bij de beschrijving die hierbij hoort voel ik mij prettig.

Nu kan ik zeggen dat ik tijdens het lesgeven veel meer Samen gedrag laat zien. Meestal Boven-Samen, waarbij ik leid maar ik kan nu ook schakelen naar Samen-Boven. Hierdoor laat ik de leerlingen zien dat zij ook invloed hebben om wat er gaat gebeuren, dat ze ook een bepaalde mate van verantwoordelijkheid hebben en dat wij als groep, docent en leerlingen, de lessen tot een succes kunnen laten worden. Daarbij denk ik dat door deze stijl veel meer open ben en ik leerlingen help met moeilijke situaties.
Je zou kunnen zeggen dat ik nu meer relatiegericht lesgeef, waar dat voor heen meer taakgericht was.

Het zit in mijn persoonlijkheid om doelgericht te werken en ik stel ook nog steeds hoge eisen aan mijn leerlingen wat betreft de inzet tijdens de les. Maar dit doe ik vanuit een goede basis, een relatie met de leerlingen. Ik hoef hier nu ook niet meer over na te denken, wat ik wel deed toen ik bezig was met het veranderen van mijn lesgeef gedrag. Ik heb nu een eigen stijl, die gericht is om een goede werksfeer, op een goede relatie en samenwerking tussen de leerlingen en de docent.

Ik heb ervaren dat je veel invloed hebt op het gedrag van je klas en door een bepaalde stijl bepaald gedrag oproept. Ik ben mij nu bewust van het effect van mijn gedrag op een groep en kan mijn lesgeef stijl aanpassen aan de situatie.

 

Niveau 2    

De student kent veel voorkomende culturele kenmerken van gedrag. Hij kent diverse interactie- en communicatie patronen. Hij heeft kennis van de principes van groepsdynamica.

 

Niveau 3

De student heeft kennis van de wijze waarop hij interactie- en communicatiepatronen en groepsdynamica kan beïnvloeden. Hij weet dat verschillende interculturele groepsamenstellingen van invloed kunnen zijn op interactiepatronen in de groep.